mw. mr. Franca Damen

Veehouderij en volksgezondheid

Veehouderij en volksgezondheid

De laatste jaren heerst er in de maatschappij veel onrust over de intensieve veehouderij in ons land. Deze onrust bestaat onder meer uit de mogelijke risico’s voor de volksgezondheid ten gevolge van veehouderijen. In juridische procedures tegen nieuwe veehouderijen danwel uitbreidingen van veehouderijen worden de risico’s voor de volksgezondheid vaak als bezwaar tegen de nieuwvestiging c.q. uitbreiding naar voren gebracht. Maar hoe zit het nu met de eventuele risico’s van veehouderijen voor de volksgezondheid?

Vorig jaar verscheen het rapport ‘Mogelijke effecten van intensieve-veehouderij op de gezondheid van omwonenden: onderzoek naar potentiële blootstelling en gezondheidsproblemen’ van het IRAS, NIVEL en RIVM. Naar aanleiding van dit onderzoek konden nog geen uitspraken gedaan worden over een eventuele (directe) relatie tussen de nabijheid van veehouderijen en effecten op de gezondheid. Veeleer vormden de uitkomsten van het onderzoek aanknopingspunten voor gerichter vervolgonderzoek. Vervolgens hebben de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zich tot de Gezondheidsraad gewend ten behoeve van een nader onderzoek van eventuele gezondheidsrisico’s van wonen in de buurt van veehouderijen.

Op 30 november 2012 heeft de Gezondheidsraad haar advies uitgebracht. In zijn rapport ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen‘ gaat de Gezondheidsraad in op een beoordelingskader over gezondheidsrisico’s voor de bevolking van blootstelling aan verschillende micro-organismen en endotoxinen afkomstig uit de veehouderij. Daarnaast adviseert de Gezondheidsraad over eventueel in te stellen normen en te nemen maatregelen.

In het rapport wordt in feite geen nieuwe informatie bekend gemaakt. Nog steeds is de conclusie dat er weliswaar aanwijzingen zijn dat omwonenden van veehouderijen blootgesteld kunnen worden aan micro-organismen en aan stoffen afkomstig van micro-organismen (met name endotoxinen) en dat zich daarbij effecten op de luchtwegen kunnen voordien, maar nog steeds zijn er onvoldoende gegevens voor conclusies over oorzakelijke kwalitatieve verbanden tussen het optreden van gezondheidsproblemen en blootstelling aan specifieke agentia. De tot  nu toe beschikbare wetenschappelijke informatie is te schaars en heterogeen voor conclusies en heeft derhalve beperkte zeggingskracht.

Het is onbekend vanaf welke concentraties en afstand omwonenden van veehouderijen te maken kunnen krijgen met verhoogde gezondheidsrisico’s. De beschikbare maar beperkte informatie lijkt er wel op te wijzen dat pluimvee-, varkens-, geiten- en nertsbedrijven eerder gezondheidsrisico’s met zich meebrengen dan rundveehouderijen. Megastallen hoeven bij goede technische voorzieningen niet zonder meer sterkere bronnen van microbiële agentia te zijn dan kleinere bedrijven (in termen van emissies). Nu de eisen aan goede technische voorzieningen – ook wel best beschikbare technieken genaamd – steeds strenger worden, zijn megastallen dus niet zonder meer een groter ‘gevaar’ voor omwonenden vanwege eventuele gezondheidsrisico’s.

Aangezien er slechts enkele aanwijzingen zijn voor het bestaan van gezondheidsrisico’s van wonen in de buurt van veehouderijen, kan op dit moment geen kwantitatief beoordelingskader gegeven worden waarin wordt vastgelegd welke risiconiveaus voor omwonenden maximaal toelaatbaar zijn. De Gezondheidsraad herhaalt in haar rapport nogmaals dat het te vroeg is om een uitspraak te kunnen doen over de eventuele negatieve gezondheidseffecten.

Gelet op het voorgaande kunnen (minimale) afstandseisen tussen veehouderijen en woningen, bedoeld om gezondheidsrisico’s te voorkomen danwel tot een aanvaardbaar niveau te beperken, wetenschappelijk noch gezondheidskundig onderbouwd worden. Risicobeperkende maatregelen en technieken zoals luchtwassers kunnen de uitstoot van stoffen die geurhinder of gezondheidsschade veroorzaken tot op zekere hoogte reduceren. Naar het oordeel van de Gezondheidsraad blijft het van belang om hier aandacht aan te besteden. Dat hiervoor blijvende aandacht is, blijkt reeds uit het feit dat steeds strengere eisen aan goede technische voorzieningen (best beschikbare technieken) worden gesteld. Voorts is het volgens de Gezondheidsraad van belang dat het antibiotica verder terug wordt gedrongen. Ook hieraan wordt in de veehouderij reeds ruimschoots gehoor gegeven. Zoals de ministeries van Economische Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben aangeven in een brief van 27 november 2012, is het antibioticagebruik in de veehouderij in de eerste helft van 2012 reeds met 51% gedaald ten opzichte van 2009. Daarmee lijkt het erop dat in 2012 de voor 2013 gestelde doelstelling al wordt gehaald.

Gelet op het voorgaande bestaat er mijns inziens geen grond om bij nieuwvestiging danwel uitbreiding van veehouderijen een minimumafstand tot woningen aan te houden. Hiervoor bestaat immers vanuit wetenschappelijk noch gezondheidskundig oogpunt een onderbouwing.

Heeft u naar aanleiding van het voorgaande nog vragen of opmerkingen, dan hoor ik dat graag van u.

mw. mr. Franca Damen

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 
Follow Me
Follow

Get every new post on this blog delivered to your Inbox.

Join other followers: