0

Bouwstop veehouderij Brabant

De geluiden gaan dat voor de gehele veehouderij in de provincie Noord-Brabant een bouwstop zal worden afgekondigd. Deze bouwstop wordt vermoedelijk op 22 maart 2013 afgekondigd, tegelijk met de verlenging van de bouwstop voor geiten- en schapenhouderijen die reeds sedert enkele jaren van kracht is in Noord-Brabant.

De achtergrond voor de vermoedelijke bouwstop voor de veehouderij is gelegen in het voorkomen van een verdere toename van het aantal dieren in de veehouderij voordat (begin volgend jaar) nieuw veehouderijbeleid van kracht wordt.  Dit beleid zal gericht zijn op een transitie naar een zorgvuldige veehouderij, geplaatst in het licht van duurzaamheid.

Indien en voorzover inderdaad een bouwstop voor de gehele veehouderij in Noord-Brabant wordt afgekondigd, wordt dat gedaan in een provinciaal voorbereidingsbesluit. De juridische grondslag hiervoor is gelegen in artikel 4.1, vijfde lid,, jo. artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Een door gedeputeerde staten vastgesteld voorbereidingsbesluit wordt gelijkgesteld met een door de gemeenteraad vastgesteld voorbereidingsbesluit.

Bij een voorbereidingsbesluit moet worden bepaald voor welk gebied het geldt en met ingang van welke dag het in werking treedt. Een voorbereidingsbesluit vervalt bij de inwerkingtreding van de verordening doch uiterlijk na zes maanden.

Wanneer een voorbereidingsbesluit in werking is getreden, dienen bepaalde aanvragen om een omgevingsvergunning voorlopig aangehouden te worden. Dit blijkt uit artikel 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Meer specifiek moeten aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, Wabo) en aanvragen om een omgevingsvergunning voor, kort gezegd, aanlegactiviteiten (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, Wabo) ingeval van een voorbereidingsbesluit worden aangehouden. De beslissing op dergelijke vergunningaanvragen dient aangehouden te worden indien er geen grond is de vergunning te weigeren, maar voor het gebied waarin de activiteit zal worden verricht vóór de dag van ontvangst van de aanvraag een voorbereidingsbesluit in werking is getreden.

Concreet betekent dit dat ingeval een bouwstop voor de veehouderij in Brabant wordt afgekondigd, ‘enkel’ aanvragen om een omgevingsvergunning ex artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a of b Wabo die zijn ingediend ná inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit (ten behoeve van de bouwstop) moeten worden aangehouden. Vergunningaanvragen die reeds vóór de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit zijn ingediend en door het bevoegd gezag zijn ontvangen, behoeven dus niet aangehouden te worden.

De aanhouding van vergunningaanvragen die ná inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit door het bevoegd gezag zijn ontvangen, duurt totdat het voorbereidingsbesluit overeenkomstig artikel 3.7, vijfde of zesde lid, Wro is komen te vervallen.

In een voorbereidingsbesluit kunnen regels worden opgenomen die verbieden om het gebruik dat dat van gronden en bouwwerken wordt gemaakt, te wijzigen. Een dergelijk verbod kan worden gekoppeld aan de mogelijkheid om van het verbod af te wijken. Voor een dergelijke afwijking kan dan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder d, Wabo een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, Wabo) worden verleend.

Voor agrarische ondernemers in Brabant die wensen te bouwen ten behoeve van hun veehouderij kan het dus van groot belang zijn om een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a of b, Wabo aan te vragen voordat mogelijk de bouwstop voor de veehouderij wordt afgekondigd; oftewel: voordat mogelijk een voorbereidingsbesluit in werking treedt. Daarbij wens ik echter wel te benadrukken dat een aantal nuanceringen dienen te worden gemaakt, bijvoorbeeld indien het bouwplan in strijd is met de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant, waarin de ‘noodzaak’ om een omgevingsvergunning aan te vragen niet, althans minder, aanwezig is.

Heeft u hier nadere vragen over, of wenst u meer te weten over een voorbereidingsbesluit of over voornoemde plannen van de provincie Noord-Brabant, neem dan gerust contact met mij op.

mw. mr. Franca Damen

Geef een antwoord

Your email address will not be published. Required fields are marked *

5 × een =