Extern salderen weer toegestaan

In een aantal provincies is extern salderen met veehouderijen sinds kort weer toegestaan. Nadat provincie Limburg extern salderen met veehouderijen al langere tijd toestond, staan ook de provincies Noord-Brabant en Zeeland extern salderen met veehouderijen sinds kort toe. Daarnaast zal provincie Overijssel extern salderen met veehouderijen vanaf 15 oktober 2020 toestaan.

Daarmee verlaten de provincies feitelijk de eerdere lijn die tussen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provincies was besproken. Extern salderen met veehouderijen zou pas worden toegestaan als de benodigde waarborgen waren vastgesteld voor het zorgvuldig (gefaseerd) openstellen van deze vorm van extern salderen. Die waarborgen zouden moeten voorkomen dat veehouderijen ongericht en ongecontroleerd zouden worden opgekocht.

In de beleidsregels voor intern en extern salderen van de betreffende provincies is nu echter alleen de voorwaarde toegevoegd dat de koper van ammoniakrechten (de saldo-ontvanger) voorafgaand aan het aanvragen van een natuurvergunning een melding moet doen bij de provincie met daarin de gegevens van zijn initiatief (de saldo-ontvangende activiteit) en de stoppende/krimpende activiteit (de saldogevende activiteit).

Op deze manier willen de provincies zicht houden op extern salderen. De gedachte om waarborgen in de beleidsregels op te nemen om te voorkomen dat veehouderijen ongericht en ongecontroleerd zullen worden opgekocht, is kennelijk verlaten.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Domme voortzetting

Deze column verscheen in september 2020 in de regiobladen van Agrio.

Op 19 augustus jl. kwam het verlossende bericht voor melkveehouders dat de omstreden veevoermaatregel dit jaar niet doorgaat. Een verstandige beslissing van de minister van LNV als je het mij vraagt. Het doorzetten van de veevoermaatregel zou naar mijn mening namelijk gewoonweg dom zijn geweest gelet op de gevolgen daarvan voor dieren en boeren. Overigens geloof ik niet dat het hiermee klaar zal zijn. Want waarschijnlijk zullen er toch wel maatregelen aan het veevoer getroffen moeten worden. Hopelijk gebeurt dat dan in overleg met de sector en andere deskundigen, zoals dierenartsen en veevoerfabrikanten.

In haar Kamerbrief van 19 augustus jl. maakte de minister tegelijkertijd een nogal opmerkelijke zet. Om voor genoeg stikstofruimte te zorgen, wordt nu de warme saneringsregeling voor de varkenshouderij gebruikt. Dat is om meerdere redenen opmerkelijk te noemen. De veevoermaatregel was bedoeld om nog in 2020 stikstofruimte te creëren voor woningbouw en infrastructuur. Maar ineens blijkt die ruimte dit jaar niet nodig. Waarom dan zo’n haast? Daarnaast staan de effecten van de saneringsregeling nog niet vast. Er zijn veel inschrijvingen, maar het is nog niet definitief bekend hoeveel varkenshouders daadwerkelijk zullen stoppen en waar dat zal zijn. Dat stoppen zal ook pas in het voorjaar van 2021 gebeuren. Als de minister de stikstofruimte van deze stoppers vóór die tijd wil gebruiken voor woningbouw en infrastructuur, dan kan dat niet. Dan voldoet ze namelijk niet aan de voorwaarden die uit de PAS-uitspraak volgen. Stikstofruimte moet eerst vaststaan (op hexagoonniveau per Natura 2000-gebied) en mag niet dubbel worden gebruikt. Woningbouw (en vergunningverlening) is dus pas mogelijk als de stikstofruimte vaststaat en is gerealiseerd. Verder is van belang dat de varkenshouders die zullen stoppen, allemaal zijn gevestigd in het oosten en zuiden van het land. De stikstofruimte die dat oplevert, maakt geen woningbouw en infrastructuur in de Randstad mogelijk. De minister erkent dat ook in haar Kamerbrief, maar maakt niet duidelijk hoe stikstofruimte uit de saneringsregeling daarvoor dan wel gebruikt kan worden (dit gold overigens vergelijkbaar voor de veevoermaatregel). En bovenal maakt de minister ook niet duidelijk waarom stoppende varkenshouders hun stikstofruimte zelf niet (of maar beperkt) mogen gebruiken, maar waarom de minister dat zelf ineens wel mag. Eerder gaf de minister namelijk nog aan dat de stikstofruimte uit de warme saneringsregeling niet gebruikt zou mogen worden omdat die niet aan de voorwaarden uit de PAS-uitspraak zou voldoen. Maar ineens blijkt dat anders…

mw. mr. Franca Damen, advocaat Damen Legal

PAS-meldingen nog niet openbaar

PAS-meldingen hoeven in ieder geval voorlopig nog niet openbaar te worden gemaakt. Dat oordeelde de voorzieningenrechter van de Raad van State in een uitspraak van 31 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1858).

Achtergrond

Veel bedrijven hebben na de inwerkingtreding van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een bedrijfsontwikkeling gerealiseerd op basis van een PAS-melding. Met de PAS-uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is echter duidelijk geworden dat PAS-meldingen geen juridische status hebben. Achteraf bezien is er voor alle activiteiten die zijn gerealiseerd op basis van een PAS-melding, een natuurvergunning nodig. Omdat bedrijven daar over het algemeen niet over zullen beschikken omdat zij konden volstaan met een PAS-melding, zijn die bedrijven juridisch gezien in overtreding.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister) heeft echter in meerdere Kamerbrieven aangegeven PAS-meldingen te zullen legaliseren. Bedrijven hebben namelijk te goeder trouw gehandeld.

Verzoek MOB

De MOB laat het daar echter niet bij zitten. De MOB wil weten welke bedrijven allemaal een PAS-melding hebben ingediend en heeft daartoe een Wob-verzoek bij het ministerie ingediend (een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur). De minister heeft de PAS-meldingen toegestuurd, met uitzondering van de naam van de melder en de locatiegegevens.

Voor de MOB was dit niet genoeg. De MOB wil namelijk ook de locatiegegevens van de PAS-melders hebben. De MOB heeft daarom bezwaar en vervolgens beroep ingediend tegen het besluit van de minister.

Uitspraak rechtbank

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 3 juli 2020 (ECLI:NL:RBNNE:2020:2388) een uitspraak gedaan over het beroepschrift van de MOB. De rechtbank heeft de MOB in het gelijk gesteld en geoordeeld dat de minister de locatiegegevens alsnog openbaar moest maken. Dat zou de minister tussen 24 juli 2020 en 31 juli 2020 moeten doen.

De minister was het met deze uitspraak niet eens en heeft daartegen daarom hoger beroep ingediend. Ook heeft de minister gevraagd om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De minister wilde namelijk voorkomen dat zij de locatiegegevens van PAS-meldingen openbaar moet maken. Zij wil eerst een oordeel van de Raad van State over de vraag of zij de gegevens daadwerkelijk openbaar moet maken.

Uitspraak Raad van State

Op 31 juli 2020 heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State een uitspraak gedaan over het schorsingsverzoek van de minister. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen. Dit betekent dat de minister de locatiegegevens in ieder geval voorlopig niet openbaar hoeft te maken. Daarvoor mag de minister eerst het oordeel van de Raad van State inzake het hoger beroepschrift afwachten. Het openbaar maken van de gegevens kan immers niet ongedaan worden gemaakt.

De discussie

Of de locatiegegevens wel of niet openbaar moeten worden gemaakt, hangt af van de vraag hoe de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) moet worden uitgelegd. Het uitgangspunt van de Wob is dat alle informatie in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid openbaar zijn. Dat is alleen anders als in de Wob een weigeringsgrond staat op grond waarvan de overheid mag weigeren om informatie openbaar te maken.

Over milieu-informatie zijn in de Wob bijzondere regels opgenomen. Milieu-informatie moet namelijk in vrijwel alle gevallen openbaar worden gemaakt. Dat geldt vooral als de milieu-informatie over emissiegegevens gaat. Sommige weigeringsgronden gelden expliciet niet als het gaat om milieu-informatie. Voor sommige andere weigeringsgronden geldt dat als het gaat om milieu-informatie, de weigeringsgrond alleen geldt als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang dat is genoemd in de weigeringsgrond.

Een van de weigeringsgronden in de Wob is de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, tweede lid, sub e, van de Wob). Als het belang van het openbaar maken van informatie niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, dan mag die informatie niet openbaar worden gemaakt. Maar als het gaat om milieu-informatie die betrekking heeft op emissiegegevens, dan mag moet de informatie (ondanks de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) toch openbaar worden gemaakt (artikel 10, vierde lid, van de Wob).

Er is echter nog een uitzondering voor milieu-informatie. Milieu-informatie hoeft (toch) niet openbaar te worden gemaakt als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen bijvoorbeeld de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage (artikel 10, zevende lid, van de Wob).

In de procedure over het al dan niet openbaar maken van de locatiegegevens van PAS-meldingen gaat het juridisch gezien vooral om de vraag of de locatiegegevens wel of niet als milieu-informatie en emissiegegevens moeten worden aangemerkt. Zo ja, dan mogen deze gegevens – ondanks de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer – niet worden geweigerd. Dat is alleen anders als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. In dat geval zouden de locatiegegevens alsnog niet openbaar gemaakt hoeven te worden.

Volgens rechtbank Noord-Nederland zijn de locatiegegevens van PAS-meldingen milieu-informatie en emissiegegevens. Daarom geldt als uitgangspunt dat deze openbaar gemaakt moeten worden. Volgens de rechtbank bestaat hiervoor geen uitzonderingsgrond, omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat het belang van de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage zo zwaarwegend is dat de locatiegegevens niet openbaar mogen worden gemaakt.

De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft hierover geen oordeel gegeven. Deze rechter heeft er alleen voor gezorgd dat de locatiegegevens in ieder geval voorlopig niet openbaar gemaakt hoeven te worden, omdat die openbaarmaking niet ongedaan zou kunnen worden. Het is nu afwachten hoe de Raad van State hierover zal oordelen.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Benadeling door handhavingsverzoek

Als iemand ten aanzien jouw bedrijf een handhavingsverzoek indient, kun je daardoor worden benadeeld ten opzichte van andere bedrijven in eenzelfde situatie. Een uitspraak van de Raad van State van 17 juni 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1410) maakt dat duidelijk.

Als er sprake is van een overtreding, dan moet het bevoegd gezag daar in beginsel handhavend tegen optreden. Dat wordt ook wel de beginselplicht tot handhaving genoemd. Het bevoegd gezag kan van handhaving afzien als er sprake is van concreet zicht op legalisatie of als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Het is vaste rechtspraak dat het bevoegd gezag prioriteiten mag stellen bij handhaving. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van doelmatige handhaving onderscheid te maken in de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Zo kan prioritering bepalend zijn voor de mate waarin toezicht wordt gehouden op het naleven van voorschriften. Ook kan prioritering ertoe leiden dat bij bepaalde lichte overtredingen alleen naar aanleiding van een klacht of een handhavingsverzoek toezicht wordt gehouden en zo nodig handhavend wordt opgetreden. Handhavingsbeleid met prioriteitstelling mag er echter niet toe strekken dat tegen overtredingen met een lage prioriteit nooit handhavend wordt opgetreden.

Als iemand ten aanzien van jouw bedrijf een handhavingsverzoek indient, dan moet het bevoegd gezag hier iets mee. Het bevoegd gezag zal dan moeten beoordelen of er sprake is van een overtreding en of hiertegen handhavend moet worden opgetreden.

Gelet op de beginselplicht tot handhaving is dat in principe logisch. Maar als er sprake is van een kleine overtreding waaraan het bevoegd gezag een lage prioriteit toekent en waarop het bevoegd gezag daarom niet uit zichzelf controleert, ligt dat wat genuanceerder. In dat geval kan er door een handhavingsverzoek van een derde namelijk een onderscheid ontstaan tussen jouw bedrijf met een kleine overtreding en andere bedrijven met dezelfde kleine overtreding. Omdat er ten aanzien van jouw bedrijf een handhavingsverzoek is ingediend, gaat het bevoegd gezag ten aanzien van jouw bedrijf wellicht wél handhavend optreden, maar ten aanzien van die andere bedrijven niet. Dan wordt jouw bedrijf feitelijk dus benadeeld door een handhavingsverzoek.

De Raad van State heeft in de uitspraak overwogen dat het bedrijf dan geen beroep kan doen op het gelijkheidsbeginsel. Volgens de Raad van State is namelijk niet langer sprake van gelijke gevallen als ten aanzien van het bedrijf wel om handhaving is verzocht maar ten aanzien van de andere bedrijven niet. Zo wordt het gelijkheidsbeginsel als gevolg van een handhavingsverzoek dus feitelijk een lege huls.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Natuurvergunning geldt voor activiteiten

Een natuurvergunning geldt voor activiteiten en niet voor bepaalde emissies. Dit heeft de Raad van State nog eens duidelijk gemaakt in een uitspraak van 1 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1528).

In de praktijk is er wel eens discussie over de vraag waarvoor een natuurvergunning nou precies is verleend. Eerder heeft de Raad van State al duidelijk gemaakt dat een natuurvergunning wordt verleend voor een project en niet voor bepaalde Natura 2000-gebieden.

Desondanks bestond er in de praktijk wel eens discussie over de vraag of een natuurvergunning dan was verleend voor bepaalde activiteiten, emissies en/of deposities. Dit heeft de Raad van State duidelijk gemaakt in de uitspraak van 1 juli 2020. Een natuurvergunning wordt verleend voor bepaalde activiteiten.

De Raad van State heeft namelijk het volgende overwogen:

“Hierbij is van belang dat bij het verlenen van een Wnb-vergunning niet een bepaalde stikstofemissie of stikstofdepositie wordt vergund, maar bepaalde activiteiten.”

Soms worden in een natuurvergunning wel voorwaarden gesteld met betrekking tot de toegestane stikstofemissie en/of stikstofdepositie, maar met deze uitspraak staat vast dat een natuurvergunning wordt verleend voor bepaalde activiteiten.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

1 2 3 111