Zwaard van Damocles

Deze column verscheen in december 2021 in de regiobladen van Agrio.

Er lijkt een zwaard van Damocles boven het hoofd van veehouders te hangen. De druk op de veehouderij lijkt vanuit verschillende kanten alsmaar toe te nemen, onder andere vanuit het stikstofbeleid. De stikstofdepositie moet, als wordt uitgegaan van de kritische depositiewaarden, fors omlaag. Daarvoor wordt maatregel na maatregel aangekondigd. Een van deze maatregelen is de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden (Opkoopregeling). Die heeft afgelopen jaar gegolden en komt er nu opnieuw. De nieuwe Opkoopregeling is op enkele wijzigingen na hetzelfde als de oude. Ook de toelichting op de Opkoopregeling is daardoor vrijwel hetzelfde. Maar er is naar mijn mening iets opmerkelijks aan de hand. In de toelichting op de Opkoopregeling is het doel ervan namelijk gewijzigd. Het doel van de oude Opkoopregeling was “om de kwaliteit van natuurgebieden te vergroten door vermindering van de stikstofdepositie (…) door de uitstoot van piekbelasters in de landbouw terug te dringen.” Het doel van de nieuwe Opkoopregeling is “om veehouderijactiviteiten definitief te laten beëindigen.” Deze wijziging is een bewuste keuze van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geweest. De toelichting op de nieuwe Opkoopregeling is in de basis namelijk een kopie van de toelichting op de oude Opkoopregeling, aangevuld met een toelichting op de wijzigingen in de regeling zelf. Volgens een medewerker van het ministerie is het doel niet gewijzigd. Dat roept de vraag op waarom het doel in de toelichting dan wel is gewijzigd. Een medewerker van het ministerie heeft die vraag als volgt beantwoord: “Bij het eerste budget (95 mln) ligt de nadruk om de stikstofopbrengst vooral ten goede te laten komen voor natuur. Het aanvullende budget moet leiden tot extra stikstofopbrengst met de inzet om die opbrengst ook te kunnen aanwenden voor woningbouw, infrastructuurprojecten en het legalisatieprogramma. Daarmee wordt de totale opbrengst gebruikt én voor natuurverbetering én als ontwikkelruimte.” Dit leidt weer tot een aantal vervolgvragen. Geeft de minister hiermee aan dat de veehouderij moet wijken voor woningbouw en infrastructuur? En hoe verhoudt het gebruiken van de ‘stikstofopbrengst’ die ontstaat door het opkopen van veehouderijen zich tot de ‘stikstofreductiedoelen’ die in de wet zijn vastgelegd? Die reductiedoelen zijn nogal fors. Als die niet worden gehaald, volgen er extra maatregelen om de stikstofdepositie te reduceren. Maar als de ‘stikstofopbrengst’ (steeds) wordt gebruikt om andere activiteiten mogelijk te maken, dan lijkt het behalen van die stikstofdoelen een mission impossible te worden (voor zover deze überhaupt al haalbaar zijn).

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Race tegen de klok

Deze column verscheen in oktober 2021 in de regiobladen van Agrio.

Het stikstofbeleid lijkt steeds meer een race tegen de klok. Natuurorganisaties zullen zeggen dat het 5 voor 12 is met de natuur en dat de overheid sneller en meer maatregelen moet nemen om de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 te behalen. Dat vergt een ecologische en geen juridische beoordeling. Als jurist kan ik alleen maar zeggen dat het behalen van de kritische depositiewaarden (KDW) in de praktijk en rechtspraak als uitgangspunt wordt genomen en dat vanwege de overschrijding van de KDW in veel Natura 2000 als uitgangspunt geldt dat de stikstofdepositie niet mag toenemen. Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (per 1-7-2021) is het behalen van de KDW als ‘heilig’ verklaard. Dit terwijl er meer factoren een rol spelen voor Natura 2000 én de hoogte van die KDW in de praktijk ter discussie staat. Om de KDW te behalen, moet de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden fors dalen. Daarvoor zijn veel bronmaatregelen voorbereid. Die maatregelen moeten weer grotendeels door de landbouw worden getroffen. Daarnaast wordt de landbouw ook nog geconfronteerd met het ene na het andere plan of advies en die worden er niet milder op. Het lijkt dan ook veeleer voor de landbouw een race tegen de klok en 5 voor 12.

Voor Circuit Zandvoort was er ook een race (tegen de klok), maar geen 5 voor 12. Want Formule 1 mocht volgens de rechter gewoon doorgaan omdat het niet doorgaan ervan tot zeer grote schade en mogelijk faillissement voor Circuit Zandvoort zou leiden. Dat is naar mijn mening meten met twee maten. Want normaal gesproken oordeelt de rechter: jammer dan, een vergunning gebruiken die niet onherroepelijk is, is voor eigen rekening en risico. Maar kennelijk geldt dat niet voor Circuit Zandvoort. Ook bij de afstanden voor stikstofdepositie lijkt het meten met twee maten. Of nou ja, meten? Dat gebeurt natuurlijk niet echt bij stikstofdepositie. Maar de minister van LNV heeft inmiddels wel gezegd dat “de afstand tot waar de stikstofuitstoot leidt tot een meetbare stikstofdepositie (…) van dicht bij de bron tot maximaal ongeveer een kilometer” is. Hoe is dan het hele stikstofbeleid te onderbouwen op grond waarvan tot tientallen kilometers ver gerekend moet worden? Dat lijkt op meten met twee maten. Ook zijn daardoor (extra) vraagtekens te plaatsen bij het advies van de landsadvocaat om natuurvergunningen van boeren in te trekken in verband met de stikstofproblematiek. Want wat voor effect heeft het immers om een natuurvergunning van een boer op meer dan 1 km van Natura 2000 in te trekken? Dat effect is volgens de minister immers niet meetbaar. De ‘stikstofrace’ is dan ook nog lang niet gelopen…

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Sprookjes

Deze column verscheen in augustus 2021 in de regiobladen van Agrio.

“En toen… was er die zomer vol wonderen.” Of toch niet voor de “hoeder van sprookjes”? Ik heb het natuurlijk over de Efteling. De Efteling heeft zich, net als ieder ander bedrijf, aan de wet te houden. Ook aan de natuurwetgeving. Tenminste, dat zou je denken. Dat de Efteling als ‘hoeder van sprookjes’ ook in dit kader mogelijk in een sprookje gelooft en een ‘droomvlucht’ neemt, is tot daar aan toe. Maar dat de provincie Noord-Brabant aan dat sprookje meewerkt, vind ik onbegrijpelijk. Toch heeft de provincie dat gedaan. De provincie heeft namelijk door de vingers gezien dat de Efteling haar natuurvergunning overtreedt. Op grond van deze vergunning is een bezoekersaantal van 5 miljoen per jaar bij de Efteling toegestaan. Dat aantal is in ieder geval van belang vanwege stikstofdepositie op het naastgelegen Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Daarop veroorzaakt de Efteling – uitgaande van het maximum bezoekersaantal van 5 miljoen per jaar – een stikstofdepositie van 15,15 mol/ha/jaar. In 2017, 2018 en 2019 bezochten meer dan 5 miljoen bezoekers de Efteling. Dat is dus een overtreding van de natuurvergunning. Daar moet de provincie handhavend tegen optreden. Dat kan alleen anders zijn als handhaving onevenredig is of als er concreet zicht op legalisatie is. Daarvoor is nodig dat er een nieuwe natuurvergunning komt voor het hogere bezoekersaantal met bijbehorende stikstofdepositie en eventuele andere effecten op Natura 2000-gebieden. Een aanvraag voor die nieuwe natuurvergunning moet dan ook al zijn ingediend en de provincie mag geen beletselen zien om die vergunning te verlenen. De Efteling had weliswaar al een nieuwe natuurvergunning aangevraagd, maar de provincie had die nog niet goed genoeg beoordeeld. Daarom kon niet worden gezegd dat er concreet zicht op legalisatie van de overtreding was. Ook valt niet in te zien waarom handhavend optreden tegen de Efteling onevenredig zou zijn. Rechtbank Oost-Brabant is daar ook duidelijk over in een recente uitspraak over deze situatie: “Iedereen moet zich houden aan de wet, ook de Efteling”. Daarbij merkt de rechtbank ook nog op dat de omvang van de stikstofdepositie van de Efteling op het Natura 2000-gebied zo groot is dat een toename daarvan geen overtreding is die de provincie door de vingers kan zien. Zeker niet omdat de overtreding ook al 3 jaar achter elkaar heeft plaatsgevonden. Terecht is ook de opmerking van de rechtbank dat als de provincie “van een agrariër of een bedrijf verlangt dat zij zich aan de Wnb houden” de provincie de Efteling dan zal “moeten verplichten om hetzelfde te doen.” Dat de Efteling in sprookjes gelooft, is tot daar aan toe. Maar dat de provincie hierin is meegegaan, is onbegrijpelijk!

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Stikstofdoolhof

Deze column verscheen in juni 2021 in de regiobladen van Agrio.

Het stikstofdossier wordt een steeds groter doolhof. Rechtbank Noord-Nederland zette met de uitspraak van 11 maart 2021 de praktijk al verder op z’n kop. De rechter oordeelde in een zaak over een roostervloer in een melkveehouderij namelijk dat in het kader van de Wet natuurbescherming (WNB) niet zonder meer mag worden uitgegaan van de ammoniakemissiefactor die voor een emissiearm stalsysteem in de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV) is opgenomen. Ook rechtbank Oost-Brabant heeft dat inmiddels geoordeeld in een uitspraak van 9 april 2021. Die uitspraak gaat over een combiwasser bij een varkenshouderij. Beide rechtbanken zijn het erover eens dat in het kader van de WNB niet zonder meer mag worden uitgegaan van de RAV emissiefactoren. Maar toch zit er een verschil tussen de uitspraken. Rechtbank Noord-Nederland twijfelde feitelijk over de wettelijk vastgelegde emissiefactor in zijn algemeenheid, terwijl rechtbank Oost-Brabant juist oordeelde daar niet in zijn algemeenheid over te twijfelen. Wel bestaat er volgens rechtbank Oost-Brabant twijfel of een combiwasser in iedere stal op dezelfde manier presteert, want “de daadwerkelijke prestaties (…) hangen af van het ontwerp, het onderhoud en het gebruik van het stalsysteem in het afzonderlijke bedrijf.” Dat maakt het stikstofdoolhof steeds groter… Gelet op de grote gevolgen van beide uitspraken voor de praktijk is het naar mijn mening wenselijk dat de Raad van State hier als hoogste bestuursrechter een uitspraak over doet. Het kan immers maar duidelijk zijn of bepaalde paden in het stikstofdoolhof doodlopen of een doorgang vormen…

Dat zou naar mijn mening ook eens duidelijk moeten worden bij beweiden en bemesten. Natuurlijk zit geen enkele veehouder te wachten op een natuurvergunningplicht voor beweiden en bemesten. Dat kan ik goed begrijpen. Ik zie ook (nog) niet hoe dat in de praktijk zou moeten werken met steeds wisselende percelen en hoe dat beoordeeld zou moeten worden. Maar met het struisvogelgedrag van de overheid komt de praktijk geen stap verder en blijven er handhavingszaken lopen. De overheid blijft maar volhouden dat er geen natuurvergunning nodig is voor beweiden en bemesten, maar wordt daarin steevast teruggefloten door de rechter. Door daarin jarenlang struisvogelgedrag te vertonen (de Raad van State oordeelde namelijk al op 4 februari 2015 dat een natuurvergunning voor beweiden en bemesten nodig kan zijn), komt die duidelijkheid er ook niet. Ook hiervoor geldt dat de ‘te bewandelen paden’ maar beter duidelijk kunnen zijn, zodat duidelijk wordt of bepaalde paden in het stikstofdoolhof doodlopen of een doorgang vormen…

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Stikstofsoap

Deze column verscheen in april 2021 in de regiobladen van Agrio.

Gelet op alle ontwikkelingen in het stikstofdossier zou je bijna zeggen dat Nederland in een soort stikstofsoap terecht is gekomen. Ook recente ontwikkelingen hebben daaraan bijgedragen. Denk bijvoorbeeld aan de uitspraak van rechtbank Noord-Nederland van 11 maart 2021. Die heeft meteen een mogelijke ‘bom’ gelegd onder de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn; in de praktijk ook wel Stikstofwet genoemd), die twee dagen eerder door de Eerste Kamer was aangenomen. De Wsn verplicht om de stikstofdepositie in 2025 in minimaal 40% van het areaal van stikstofgevoelige Natura 2000 tot onder de kritische depositiewaarde te brengen. In 2030 is dat percentage minimaal 50% en in 2035 minimaal 74%. Deze percentages (‘omgevingswaarden’) moeten op grond van de Wsn verplicht behaald worden. Om de stikstofdepositie zo ver te verminderen, zijn veel bronmaatregelen nodig. Daarnaast zijn er nog extra bronmaatregelen nodig om PAS-meldingen en PAS-berekeningen (activiteiten die op grond van het Programma Aanpak Stikstof zijn gerealiseerd op basis van een berekening waaruit bleek dat de stikstofdepositie lager dan 0,05 mol/ha/jaar was) te legaliseren.

Die bronmaatregelen zullen veel bij de veehouderij komen te liggen. Onderdeel hiervan zijn emissiearme stalsystemen. Door emissiearme stalsystemen toe te passen, moet de ammoniakemissie dalen en daarmee de stikstofdepositie. Op die manier zou veel stikstofwinst behaald moeten worden. Maar laat rechtbank Noord-Nederland nou juist dáár op 11 maart 2021 een uitspraak over hebben gedaan. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat in het kader van de natuurwetgeving niet zonder meer mag worden uitgegaan van de ammoniakemissiefactor die voor bepaalde emissiearme stalsystemen in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) is opgenomen. Met andere woorden: er mag niet zonder meer worden uitgegaan van het ammoniakverwijderingsrendement voor bepaalde emissiearme stalsystemen waarvan in de Rav is uitgegaan. Als dit echt zo zou zijn, zou dit niet alleen gevolgen hebben voor de veehouderij zelf, maar ook voor andere sectoren en de overheid. Want de stikstofwinst die door emissiearme systemen zou moeten worden bereikt, zou dan ineens veel minder zijn. En dat zou kunnen betekenen dat het (nog) lastiger wordt om de omgevingswaarden uit de Wsn te behalen. De uitspraak legt dus feitelijk meteen een bom onder de Wsn, die slechts twee dagen vóór de uitspraak door de Eerste Kamer was aangenomen. Het is dan ook te hopen dat de Raad van State tot een minder streng oordeel komt dan de rechtbank, want anders bereikt de ‘stikstofsoap’ een nieuw dieptepunt…

Franca Damen, advocaat Damen Legal

1 2 3 13