Stikstofperikelen

Deze column verscheen in december 2020 in de regiobladen van Agrio.

De stikstofperikelen blijven voortduren. En in plaats van dat er verbetering in lijkt te komen, heb ik soms de indruk dat het alleen maar erger wordt. De reden daarvoor ligt met name in de ‘stikstofwaarde’ in het wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering (wetsvoorstel) en in het opnieuw benutten van stikstofruimte die wordt gecreëerd door bronmaatregelen. Het wetsvoorstel bepaalt dat de stikstofdepositie in 2030 op ten minste 50% van het areaal van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden tot onder de kritische depositiewaarde (KDW) moet zijn gebracht. Dat is een resultaatsverplichting; een waarde die móet worden gehaald. Gelet op de ‘stikstofdeal’ die minister Schouten met een aantal politieke partijen heeft gesloten, lijkt die stikstofwaarde te worden aangescherpt voor de jaren na 2030. In 2035 zou de stikstofdepositie op ten minste 74% van het areaal tot onder de KDW moeten zijn gebracht. Dat de stikstofdepositie omlaag moet, is een juridisch gegeven (en wellicht ook een ecologisch gegeven, maar dat laat ik over aan ecologen). Maar het op zo’n korte termijn zo ver omlaag brengen van de stikstofdepositie, is een enorme opgave. Om dat doel te bereiken, moet op grond van het wetsvoorstel een programma stikstofreductie en natuurverbetering worden vastgesteld. Daarin worden onder andere bronmaatregelen opgenomen om de stikstofdepositie omlaag te brengen. Die maatregelen zijn volgens het wetsvoorstel bedoeld om te voldoen aan, kort gezegd, de instandhoudingsverplichtingen uit de Europese Habitatrichtlijn. Dat betekent dat die maatregelen niet mogen worden gebruikt om andere activiteiten met stikstofdepositie toe te staan.

Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar de toelichting op het wetsvoorstel en de toelichting op de Regeling gerichte opkoop veehouderijen (Opkoopregeling), dan blijkt dat die maatregelen daarvoor wel (mede) zullen worden gebruikt. De stikstofruimte die wordt gecreëerd met de bronmaatregelen uit het programma stikstofreductie en natuurverbetering (zoals de Opkoopregeling), zal ook kunnen worden gebruikt om andere activiteiten met stikstofdepositie mogelijk te maken. Op die manier zal de stikstofdepositie echter niet voldoende dalen om de stikstofwaarde te kunnen bereiken. Dit terwijl die waarde op grond van het wetsvoorstel móet worden bereikt. Als die waarde niet gehaald dreigt te worden, zullen extra bronmaatregelen volgen. En zo dreigt er naar mijn mening een onwenselijke, vicieuze cirkel, zonder dat er een oplossing in zicht is voor PAS-melders en andere knelgevallen. De stikstofperikelen zullen zo blijven voortduren…

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Landelijk Brabantse taferelen

Deze column verscheen in november 2020 in de regiobladen van Agrio.

Brabantse taferelen lijken zich landelijk te gaan voordoen. Bestaande stalsystemen zullen vervroegd moeten worden vervangen door stalsystemen die meer ammoniakemissie reduceren. Dat volgt uit de toelichting op het wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering dat de minister van LNV op 13 oktober 2020 bekend maakte. Daarmee bevestigt de minister hetgeen ze op 24 april 2020 al bekend maakte in het kader van de structurele aanpak stikstof.

In de provincie Noord-Brabant zijn veehouders al verplicht om bestaande stalsystemen vervroegd te vervangen door stalsystemen met een grotere ammoniakreductie. Vanaf 1 januari 2024 zijn alle stalsystemen van 20 jaar (rundvee) respectievelijk 15 jaar (overig vee) – gerekend vanaf de datum van de eerste milieutoestemming voor het systeem en dus niet vanaf de datum van realisatie – verboden. Die moeten dus op tijd worden vervangen door schonere systemen. Brabantse veehouders moeten voor deze verplichte wijziging van hun bedrijf een nieuwe milieutoestemming (melding of vergunning) regelen. Een vergelijkbare verplichting lijkt er nu ook op landelijk niveau te komen. Daarom is er naar aanleiding van het wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering de vrees ontstaan dat bestaande vergunningen op de schop komen te staan.

De minister van LNV wil de emissienormen voor ammoniak per diergroep aanscherpen. Dat wil zij doen op basis van een analyse van de perspectieven van bestaande en nieuwe innovatieve technieken (die door de Subsidieregeling brongerichte verduurzaming op de markt zouden moeten komen). Het is de bedoeling om de emissienormen voor ammoniak uiterlijk eind 2023 voor nieuwe stallen en geplande renovaties door te voeren. Uiterlijk in 2025 moeten de aangescherpte emissienormen voor ammoniak voor alle relevante diergroepen zijn ingegaan. Maar ook bestaande stallen zullen eraan moeten geloven. Ook die zullen namelijk moeten worden aangepast om aan de aangescherpte emissienormen voor ammoniak te voldoen. Daarvoor zal wel een overgangsperiode worden geboden, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van veehouders. Maar hoe lang die overgangsperiode zal duren, is nog onbekend.

Van het vervallen of intrekken van vergunningen is dus geen sprake. Daar blijkt althans niets van op dit moment. Wel is het zo dat op het moment dat een veehouderij wordt gewijzigd – bijvoorbeeld omdat een bestaand stalsysteem moet worden vervangen door een nieuw stalsysteem – hiervoor een nieuwe milieutoestemming nodig is. Daarmee lijken Brabantse taferelen zich landelijk te gaan voordoen.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Domme voortzetting

Deze column verscheen in september 2020 in de regiobladen van Agrio.

Op 19 augustus jl. kwam het verlossende bericht voor melkveehouders dat de omstreden veevoermaatregel dit jaar niet doorgaat. Een verstandige beslissing van de minister van LNV als je het mij vraagt. Het doorzetten van de veevoermaatregel zou naar mijn mening namelijk gewoonweg dom zijn geweest gelet op de gevolgen daarvan voor dieren en boeren. Overigens geloof ik niet dat het hiermee klaar zal zijn. Want waarschijnlijk zullen er toch wel maatregelen aan het veevoer getroffen moeten worden. Hopelijk gebeurt dat dan in overleg met de sector en andere deskundigen, zoals dierenartsen en veevoerfabrikanten.

In haar Kamerbrief van 19 augustus jl. maakte de minister tegelijkertijd een nogal opmerkelijke zet. Om voor genoeg stikstofruimte te zorgen, wordt nu de warme saneringsregeling voor de varkenshouderij gebruikt. Dat is om meerdere redenen opmerkelijk te noemen. De veevoermaatregel was bedoeld om nog in 2020 stikstofruimte te creëren voor woningbouw en infrastructuur. Maar ineens blijkt die ruimte dit jaar niet nodig. Waarom dan zo’n haast? Daarnaast staan de effecten van de saneringsregeling nog niet vast. Er zijn veel inschrijvingen, maar het is nog niet definitief bekend hoeveel varkenshouders daadwerkelijk zullen stoppen en waar dat zal zijn. Dat stoppen zal ook pas in het voorjaar van 2021 gebeuren. Als de minister de stikstofruimte van deze stoppers vóór die tijd wil gebruiken voor woningbouw en infrastructuur, dan kan dat niet. Dan voldoet ze namelijk niet aan de voorwaarden die uit de PAS-uitspraak volgen. Stikstofruimte moet eerst vaststaan (op hexagoonniveau per Natura 2000-gebied) en mag niet dubbel worden gebruikt. Woningbouw (en vergunningverlening) is dus pas mogelijk als de stikstofruimte vaststaat en is gerealiseerd. Verder is van belang dat de varkenshouders die zullen stoppen, allemaal zijn gevestigd in het oosten en zuiden van het land. De stikstofruimte die dat oplevert, maakt geen woningbouw en infrastructuur in de Randstad mogelijk. De minister erkent dat ook in haar Kamerbrief, maar maakt niet duidelijk hoe stikstofruimte uit de saneringsregeling daarvoor dan wel gebruikt kan worden (dit gold overigens vergelijkbaar voor de veevoermaatregel). En bovenal maakt de minister ook niet duidelijk waarom stoppende varkenshouders hun stikstofruimte zelf niet (of maar beperkt) mogen gebruiken, maar waarom de minister dat zelf ineens wel mag. Eerder gaf de minister namelijk nog aan dat de stikstofruimte uit de warme saneringsregeling niet gebruikt zou mogen worden omdat die niet aan de voorwaarden uit de PAS-uitspraak zou voldoen. Maar ineens blijkt dat anders…

mw. mr. Franca Damen, advocaat Damen Legal

Gewoonweg dom

Deze column verscheen in juli 2020 in de regiobladen van Agrio.

Met alle respect voor de minister van LNV, maar op dit moment vind ik haar in een bepaald opzicht gewoonweg dom. Namelijk voor wat betreft haar aanpak rondom de veevoermaatregel voor de melkveehouderij. Ze laat alles draaien om de juridische controleerbaarheid en inpasbaarheid van de veevoermaatregel. Want voldoet de maatregel daar niet aan, dan kunnen er dit jaar (volgens het kabinet) niet genoeg woningen worden gebouwd. Als advocaat begrijp ik dat de minister de juridische borging belangrijk vindt. De PAS-uitspraak van 29 mei 2019 van de Raad van State heeft namelijk de hele stikstofaanpak op scherp gezet. Als het effect van een maatregel niet met zekerheid vaststaat (en afdwingbaar/controleerbaar is), dan mag de stikstofruimte die door de maatregel ontstaat, niet worden gebruikt om nieuwe woningen te bouwen. Daar zit waarschijnlijk het dilemma voor de minister.

Maar toch begrijp ik de minister niet. Hoe kun je nou een maatregel doordrukken die slecht is voor de gezondheid en het welzijn van melkvee?! Meerdere specialisten hebben onafhankelijk van elkaar verklaard dat de veevoermaatregel die nadelige gevolgen zal hebben; denk aan de dierenartsen van de KNMvD, Nevedi, WUR en Universiteit Utrecht. Dan zorg je als minister toch voor een andere oplossing?! Overigens is ze daartoe naar mijn mening hoe dan ook genoodzaakt, omdat de veevoermaatregel in strijd is met Europese wetgeving. Hopelijk tikt de Europese Commissie de minister daarvoor nog flink op de vingers.

Waarom zet je als minister zoveel op het spel voor een paar maanden? Voor die woningen kan ongetwijfeld ook een andere oplossing worden bedacht. En als dat dan niet lukt via een alternatieve veevoermaatregel (waarvan er meerdere door de sector zijn voorgesteld), bedenk dan iets anders. Niet dat dat eenvoudig is, maar toch. Dat het kabinet stikstofruimte voor woningbouw belangrijk vindt, kan immers niet betekenen dat dieren daar dan maar onder moeten lijden (en dat er wordt gehandeld in strijd met Europese wetgeving). Bovendien kan ik me voorstellen dat de bereidheid van veehouders om alternatieve voermaatregelen te treffen op enig moment afneemt, als er toch niet naar hen wordt geluisterd. Tegelijkertijd ‘moeten’ die afspraken worden gemaakt, omdat de minister voor ná 2020 voermaatregelen op basis van afspraken wil. Daarom vind ik de minister in haar aanpak rondom de veevoermaatregel op dit moment gewoonweg dom. Het wordt tijd voor een andere koers.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Hobbelige weg

Ondanks het coronavirus hobbelt het stikstofdossier gewoon door. Het was al een hobbelige weg, maar de gaten lijken alleen maar groter te worden. In de week dat het Landbouw Collectief het overleg met de minister van LNV had opgeschort, werd ook bekend dat provincie Noord-Brabant veehouderijen in andere provincies had opgekocht in verband met de stikstofproblematiek. Dat leidde tot grote ergernis en onbegrip bij de andere provincies én de minister. Ik weet nou niet of ik het vooral zwaar teleurstellend vind of eigenlijk vooral lachwekkend. Want wat voor slecht voorbeeld geef je als provincie en hoe egoïstisch kun je als provincie zijn om elders veehouderijen op te kopen, terwijl je met alle andere provincies en de minister afspraken wil maken om ongerichte en ongecontroleerde opkoop van veehouderijen te voorkomen?! En hoe ‘lachwekkend’ is het tegelijkertijd dat de provincie de ‘stikstofrechten’ van de gekochte veehouderijen (vooralsnog) niet kan inzetten voor extern salderen, omdat de eigen provinciale beleidsregels dat nog niet toestaan? En laat het ongericht en ongecontroleerd opkopen van veehouderijen nou precies het punt zijn waarover de provincies en de minister nog afspraken willen maken vóórdat extern salderen met veehouderijen (varkens/pluimvee/melkvee) weer mogelijk wordt gemaakt. Door deze handelswijze lijkt provincie Noord-Brabant de eigen ruiten in te gooien.

Naast deze hobbels waren er de afgelopen tijd nog meer hobbels in het stikstofdossier. Denk bijvoorbeeld aan de inwerkingtreding van de Regeling spoedaanpak stikstof. Die voorziet in een stikstofregister om de bouw en infrastructuur weer op gang te brengen op basis van stikstofruimte die vooral door de landbouw moet worden geleverd. Het stikstofregister wordt namelijk onder andere gevuld met stikstofruimte die ontstaat door de warme sanering van de varkenshouderij en veevoermaatregelen. Daarnaast kan het stikstofregister worden gevuld met stikstofruimte die ontstaat door maatregelen die door provincies, gemeenten en/of waterschappen worden opgelegd. Andere hobbels zijn bijvoorbeeld de doorlopende handhavingsverzoeken van MOB jegens boeren over veelal PAS-meldingen en beweiden en bemesten, het uitblijven van een oplossing voor PAS-meldingen en andere knelgevallen, de verschillende aangekondigde maatregelen voor de landbouw en tot slot de door de minister aangekondigde veevoermaatregel voor de melkveehouderij. Ook dat is weer een grote hobbel. Het stikstofdossier is en blijft een hobbelige weg…

Franca Damen, advocaat Damen Legal

1 2 3 12