Voorjaar!

Deze column verscheen in april 2019 in de regiobladen van Agrio.

Wat heerlijk is het toch als het voorjaar weer begint. De zon begint steeds meer te schijnen. Er worden jonge dieren geboren. En buiten komt alles in bloei te staan. Het buitenleven neemt op alle mogelijke manieren toe en mensen krijgen nieuwe energie. Ik geniet dan ook echt van het voorjaar. Ik kan vooral ook genieten van het mooie zicht en de lekkere geur van bloesem.

Nieuwe energie doet iedereen goed. Dat geldt ook voor mezelf. Nadat ik in december door mijn rug ben gegaan, ben ik veel energie verloren aan de aanhoudende pijn. Die pijn kon zelfs niet door morfineachtige pijnstillers worden geminderd. Helaas duurt de pijn, zij het gelukkig in mindere mate, nog steeds voort. De nieuwe energie die het voorjaar met zich brengt, ontvang ik dan ook met open armen.

Als je iemand bent die altijd graag bezig is, is het behoorlijk confronterend als je daarin wordt teruggefloten door je lichaam. Maar nu ik zoveel pijn had, heb ik wel geleerd om beter naar mijn lichaam te luisteren. Ondanks dat het eigenlijk heel voor de hand liggend is om goed naar je lichaam te luisteren, lijken veel mensen dat in de praktijk toch niet goed doen. Daar ben ik er zelf dus ook een van (geweest). Maar stil zitten, zit niet in de aard van het ‘beestje’. Zoals mijn vriend wel eens zegt: “mijn boerenmeisje”. Boeren lijken hierin over het algemeen namelijk een andere mentaliteit te hebben. Ze gaan altijd door en laten zich niet kennen. Ik heb dat altijd een sterke kracht gevonden. Inmiddels denk ik daar wat genuanceerder over. Het is namelijk ook belangrijk om te weten wanneer je een stapje terug moet doen of wanneer het even genoeg is geweest. Daar kan zowel een lichamelijke als een psychische of emotionele reden voor zijn. Als je bent opgegroeid met een mentaliteit om altijd door te gaan, kan het lastig zijn om een keer een grens te trekken. Maar het is zo belangrijk om wel op tijd een grens te trekken; je moet het immers de rest van je leven met je gezondheid doen. Dus daar kun je maar beter zuinig op zijn.

Ik zou willen dat ik me die les eerder had gerealiseerd, want dan waren me mogelijk verschillende ‘gezondheidskwaaltjes’ bespaard gebleven. Voortaan probeer ik dan ook beter naar mijn lichaam te luisteren. Maar de (boeren)mentaliteit van blijven doorzetten zal ik altijd blijven behouden, en daar ben ik trots op. Opgeven is geen optie, maar naar je lichaam luisteren is wel van belang. En dat is geen zwakte, maar een kracht.

mw. mr. Franca Damen

Feit of fabel

Deze column verscheen in maart 2019 in de regiobladen van Agrio.

Of iets een feit of een fabel is, is soms lastig vast te stellen. Dat geldt vooral als je geen kennis hebt van een bepaald onderwerp. Zo kan een automonteur of een ICT’er mij vanalles wijs maken, simpelweg omdat ik onvoldoende kennis heb van auto’s en ICT. Dat geldt ook voor klimaatverandering. Is er daadwerkelijk sprake van klimaatverandering en zo ja, wat is daarvan de oorzaak en wat voor maatregelen moeten we daar al dan niet voor treffen? De stellingen daarover lopen ver uiteen. Omdat ik simpelweg geen klimaatdeskundige ben, vind ik het lastig om te bepalen hoe het nu zit. Op het moment dat er wet- en regelgeving voor wordt vastgesteld, is het gelet op mijn vakgebied over het algemeen een gegeven dat ik in acht moet nemen. Maar voor mij blijft op dit moment nog de vraag of klimaatverandering een feit of fabel is.

Het is wel een feit dat de laatste periode met betrekking tot klimaatverandering veel fabels rondom de veehouderij worden gepubliceerd. Gelukkig hebben we sinds eind 2018 de Stichting Agrifacts (Staf). Staf controleert publicaties namelijk op feiten en onjuistheden en spreekt partijen die een onjuiste weergave van zaken geven daarop aan en verzoekt deze publicatie te rectificeren. Al kort na de oprichting van Staf heeft Staf zich bewezen. Zoals u ongetwijfeld bekend is, heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zijn publicaties en berichtgeving over de impact van het eten van vlees op het klimaat gerectificeerd na door Staf op onjuistheden in deze publicaties en berichtgeving te zijn aangesproken. Halvering van de vleescomsumptie door burgers zou geen 25-40% reductie van de CO2-uitstoot opleveren, maar slechts 2-4%. Dat is nogal een verschil.

Dergelijke foutieve berichtgeving van gerenommeerde instanties zoals het PBL is zeer kwalijk te noemen. Het PBL is nota bene het nationale instituut voor strategische beleidsanalyse op het gebied van milieu, natuur en ruimte en zou bijdragen aan de kwaliteit van politiek-bestuurlijke afweging. Onderzoeken van PBL zouden volgens de eigen website “onafhankelijk en wetenschappelijk gefundeerd” zijn. Hoe kunnen dan dergelijke fabels in publicaties en berichtgeving van het PBL staan? Hoe moet de overheid nog op het PBL kunnen vertrouwen als dergelijke fabels in de publicaties van het PBL worden aangetoond? Naar mijn mening spreken verschillende politici dan ook terecht uit bezorgd te zijn over de betrouwbaarheid van het PBL. Laten we allemaal bij de feiten blijven en fabels loslaten.

mw. mr. Franca Damen

Tot hier en niet verder

Deze column verscheen in februari 2019 in de regiobladen van Agrio.

Vanuit de hele wereld wordt vol bewondering gekeken naar de agrarische sector in Nederland. De agrarische sector blinkt namelijk uit in innovatie en productontwikkeling en neemt zijn verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn, diergezondheid en milieu. In ons eigen land krijgt de sector deze eer echter niet. Sterker nog: boeren worden steeds vaker geconfronteerd met dierenrechtenactivisme. Het is goed dat er blijvend aandacht wordt gevraagd voor dierenwelzijn, want dat houdt iedereen scherp en zorgt ervoor dat er blijvend wordt gekeken naar verbeteringen. Maar dierenrechtenactivisten zetten een niet representatief beeld neer van de veehouderij. Dat doen zij door bijvoorbeeld incidenten te filmen en deze neer te zetten alsof dit normaal is in de Nederlandse veehouderij. Maar dat is niet het geval. Boeren zorgen over het algemeen namelijk goed voor hun dieren, want #boerenhoudenvandieren. En als boeren dat niet doen en daardoor regels overtreden, dan hebben we de NVWA om daar handhavend tegen op te treden. Door een niet representatief beeld van de veehouderij neer te zetten, is sprake van negatieve beeldvorming, terwijl de Nederlandse veehouderij hoogproductief, efficiënt en duurzaam is. Deze negatieve beeldvorming schaadt de sector, en dat is onterecht.

Bovendien zijn er grenzen aan de wijze waarop aandacht wordt gevraagd voor dierenwelzijn. Dierenrechtenactivisten hebben de grenzen van het toelaatbare bereikt en overschrijden deze zelfs regelmatig. Gedragingen die als strafbaar feit kwalificeren, zijn simpelweg onacceptabel. Het is belangrijk dat deze gedragingen beter in beeld komen bij de politie en justitie, zodat strafrechtelijk kan worden opgetreden tegen onacceptabel gedrag van dierenrechtenactivisten. Het is dan ook goed dat de LTO en de POV gezamenlijk met politie, justitie, overheid en ketenpartijen een actie zijn gestart om hier meer inzicht in te krijgen en dierenrechtenactivisme aan te pakken. Ook is het goed dat hier bij de overheid meer aandacht voor is. Zoals Minister Carola Schouten tijdens een debat op 24 januari 2019 aangaf, worden er grenzen overschreden als er sprake is van bedreiging, het onrechtmatig betreden van bedrijven, als boeren zich zelfs aangevallen en bedreigd voelen. Dat is onacceptabel. Tweede Kamerleden Helma Lodders en Jaco Geurts hebben hiertoe ook een heldere motie ingediend, inhoudende dat “het bedreigen van boeren en hun families en het illegaal betreden van hun erf nooit mag, en dat daar keihard tegen opgetreden moet worden”.

Tot hier en niet verder. Het is genoeg geweest.

mw. mr. Franca Damen

PAS ten einde?!

Deze column verscheen in november 2018 in de regiobladen van Agrio.

Al voordat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) op 1 juli 2015 in werking trad, had ik mijn vraagtekens bij de juridische houdbaarheid ervan. Die vraagtekens waren naar mijn mening evident: op grond van het PAS wordt namelijk ruimte gegeven voor meer stikstofdepositie, terwijl onzeker is hoeveel de stikstofdepositie afneemt. De stikstofdepositie zou moeten afnemen door bestaand beleid en de bronmaatregelen in het kader van het PAS (aangescherpte eisen in het Besluit emissiearme huisvesting en in het kader van bemesting en vrijwillige voer- en managementmaatregelen), maar door het ‘ammoniakgat’ is onzeker óf de stikstofdepositie wel afneemt en van de bronmaatregelen is het effect onzeker. En meer stikstofdepositie toestaan dan dat die afneemt, is niet verenigbaar met de Europese Habitatrichtlijn. Iedere boer die mij vóór 1 juli 2015 belde met de vraag wat hij/zij moest doen – extern salderen of wachten op het PAS – heb ik dan ook geadviseerd om extern te salderen toen het nog kon. Dat kostte weliswaar het nodige geld, maar daar had ik meer vertrouwen in dan in het PAS. En die kosten waren naar mijn mening een goede natuurvergunning waard, zeker omdat het de vraag was of het alternatief (het PAS) juridisch stand zou houden.

Al die tijd heb ik gehoopt dat ik ongelijk zou hebben over het PAS, maar die hoop is inmiddels zo goed als weg. Op 7 november 2018 heeft de Europese rechter namelijk een kritische uitspraak gedaan over het PAS. Een van de conclusies van de Europese rechter is dat in het PAS geen maatregelen mogen worden meegenomen waarvan het effect onzeker is. En precies op dat punt gaat het mis: de Raad van State heeft op 17 mei 2017 namelijk al vastgesteld dat het effect van sommige maatregelen niet vaststaat. Volgens de Raad van State is de omvang van de depositiedaling én de omvang van de depositieruimte (ontwikkelingsruimte) onvoldoende onderbouwd. De overheid heeft inmiddels weliswaar een nadere onderbouwing van het PAS gegeven, maar die is niet openbaar…

Verder is de Europese rechter ook kritisch over beweiden en bemesten: voor deze activiteiten lijkt een natuurvergunning nodig en een uitzondering daarop zal niet snel aan de orde zijn. Dat de agrarische praktijk hierdoor niet werkbaar is, lijkt de Europese rechter zich niet te realiseren. Het PAS bevat dus veelbelovende oplossingen (voor natuur én vergunningverlening), maar op dit moment moet er voor het PAS een pas op de plaats worden gemaakt en is het wachten op een passende oplossing van de overheid.

mw. mr. Franca Damen

Bekostiging maatregelen

Deze column verscheen in oktober 2018 in de regiobladen van Agrio.

Onlangs volgde ik een juridische opleidingsdag over klimaat en energie. Dat zijn twee onderwerpen die grotendeels hand in hand gaan en in de toekomst voor iedere sector steeds belangrijker worden. Dat volgt onder andere uit het Klimaatverdrag van Parijs (2015). Dit klimaatverdrag gaat vooral over energietransitie.

Op dit moment geldt voor bedrijven de verplichting om binnen het bedrijf alle energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Daarvoor is in de Activiteitenregeling een overzicht van erkende maatregelen energiebesparing per bedrijfstak vastgesteld. Omdat de overheid vaak geen zicht heeft op de manier waarop bedrijven aan de energiebesparingsverplichting voldoen, heeft de overheid voorgesteld om hiervoor een meldplicht in te voeren. Op grond van die meldplicht moeten bedrijven uiterlijk op 1 juli 2019, en vervolgens eenmaal per vier jaar, aan het bevoegd gezag melden welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen.

In de toekomst zullen de eisen omtrent klimaat en energie alleen maar toenemen. Met het oog daarop is onder andere een nationaal Klimaatakkoord in ontwikkeling. Het doel van dit akkoord is om 14,3 Mton extra (dus bovenop bestaand beleid) emissiereductie te realiseren voor 2030. Daarvoor zijn per sector de hoofdlijnen voor de emissiereductie besproken.

Tijdens de opleidingsdag over klimaat en energie die ik volgde, werd aangegeven dat er in de sector industrie discussie is over de maatregelen voor de emissiereductie en over wie wat gaat betalen. In mijn eigen woorden vertaald, zou de bereidheid binnen de industrie om steeds verdergaande maatregelen (met bijbehorende investeringen) te treffen, op beginnen te raken, omdat dit onder andere gevolgen heeft voor het level playing field, de concurrentie. Op zich kan ik mij daar wel iets bij voorstellen; het moet immers ook economisch verantwoord zijn om in maatregelen te investeren. Maar het deed mij ook meteen denken aan de agrarische sector – onze voedselproducenten – die keer op keer worden geconfronteerd met een aanscherping van wet- en regelgeving en die steeds opnieuw worden gedwongen om verdergaande maatregelen (met bijbehorende investeringen) te treffen. Het maatregelenpakket zorgvuldige veehouderij (2017) van de provincie Noord-Brabant is daarvan een voorbeeld bij uitstek. Op grond hiervan worden veehouders onder andere gedwongen om (vóór 1 januari 2022) te investeren in ammoniakemissiereducerende technieken, en dat nota bene om (stikstof)ontwikkelingsruimte te creëren voor de industrie. Waar gaat het mis?

mw. mr. Franca Damen

1 2 3 10