0

Een krimpbestendige Omgevingswet

Op dit moment is de overheid bezig met de voorbereiding van een nieuwe Omgevingswet. De verschillende knelpunten van het huidige omgevingsrecht dienen in deze nieuwe Omgevingswet weggenomen te worden. Een van deze knelpunten betreft de onderdelen die belemmerend (kunnen) werken voor een effectief ruimtelijk beleid in regio’s met (dreigende) bevolkingsdaling. Deze punten dienen meegenomen te worden bij het ontwerpen van de nieuwe Omgevingswet, opdat deze ‘krimpbestendig’ kan worden.

Binnen dit kader heeft Regioplan een (tussen)rapportage opgesteld. Uit deze rapportage blijkt dat een deel van de gemeente in krimpgebieden te maken heeft met een overschot aan bouwplannen. Er zijn enkele redenen voor de overcapaciteit van plannen, zoals:

  • plannen zijn gebaseerd op verouderde bevolkingsprognoses en/of woningbehoefte- en werkgelegenheidsonderzoeken;
  • gebrek aan regionale afstemming;
  • (te) hoge bestuurlijke ambities.

Gemeenten in krimpgebieden met een overcapaciteit aan bouwplannen zijn genoodzaakt om de plancapaciteit af te bouwen. Daarbij doen zich diverse knelpunten voor. In het navolgende worden enkele knelpunten beschreven, zoals deze zijn uiteengezet in de rapportage van Regioplan.

1. Tijdrovendheid van procedures. De wettelijke procedures die doorlopen dienen te worden bij zowel het wegbestemmen van plancapaciteit als bij het herstructureren van wijken, brengen een behoorlijke doorlooptijd met zich. In de tussentijd kunnen de onderliggende plannen achterhaald zijn. Regioplan beveelt daarom aan om planprocedures in de nieuwe Omgevingswet zo kort mogelijk te houden. Daarnaast beveelt zij aan om aan het Rijk en provincies mogelijkheden te bieden om visies en algemene regels vast te stellen (om daarin bijvoorbeeld krimpgebieden uit te werken en normen op te leggen ten aanzien van woningbouw).

2. Financiële risico’s bij wegbestemmen plancapaciteit. Het wegbestemmen van plancapaciteit danwel het intrekken van bouwplannen leidt tot het risico van verzoeken om planschadevergoeding. Angst voor planschade kan in krimpgebieden leiden tot risicomijdend gedrag en zo tot stagnatie bij de gewenste herontwikkeling. Regioplan adviseert om bestemmingsplanprocedures en planschadeprocedures (in onderzoek) gelijk te laten lopen. Op deze wijze wordt een geschil over de schade betrokken bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestemmingsplan zelf en is dus niet meer daarna mogelijk. Hiermee worden financiële risico’s beperkt en kan mogelijk tijdwinst worden geboekt.

3.Rigide bestemmingsplan. Uit de rapportage van Regioplan blijkt dat is aangegeven dat bestemmingsplannen vaak te weinig functiedifferentiatie toestaan. Bestemmingsomschrijven worden als te gedetailleerd beschouwd. Wanneer met een functie wil aanpassen, kost dit bovendien veel tijd en geld. Globale plannen zouden meer flexibiliteit geven. Wel wordt gewezen op de mogelijkheden die de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt, te weten een voorlopige bestemming (artikel 3.2 Wro), wijzigingsbevoegdheid met eventueel uitwerkingsplicht (artikel 3.6 Wro), uitwerkingsplicht (artikel 3.6 Wro) en flexibiliteitsbepalingen zoals opgenomen in artikel 3.6 lid 1 sub c Wro jo. artikel 2.12 lid 1 sub a. In de praktijk wordt echter nog weinig gebruik gemaakt van deze mogelijkheden. Een mogelijke oplossing om toch flexibel af te wijken, is het mogelijk maken van wijzigingen via een omgevingsvergunning (voor strijdig gebruik) die na in ieder geval tien jaar wordt opgenomen in een nieuw bestemmingsplan. Daarnaast zullen de bepalingen inzake vergunningsvrij bouwen in de nieuwe Omgevingswet ruimer worden, waardoor men flexibeler zal kunnen omgaan met bouwen op bepaalde percelen. Regioplan adviseert dan ook om wijzigingen mogelijk te maken via een omgevingsvergunning.

Samenvattend komt Regioplan voor de nieuwe Omgevingswet tot de behoefte om:

  • procedures kort en flexibel te houden;
  • aansluiting te zoeken met de Crisis- en herstelwet ten behoeve van de ontwikkelingsgebieden/gebiedsontwikkelingsplannen;
  • flexibel gebruik van grond en gebouwen mogelijk te maken;
  • mogelijkheden te krijgen om kosten bovenplans te verevenen;
  • plancapaciteit te kunnen reduceren zonder het risico van schadeclaims.

Deze aanbevelingen van Regioplan vloeien voort uit knelpunten die krimpspecifiek zijn bevonden, onder meer omdat ze in krimpgebieden vaker optreden en daar aanzienlijk grotere negatieve gevolgen hebben.

De volledige rapportage van Regioplan kunt u vinden op http://www.regioplan.nl/publicaties/rapporten/op_weg_naar_een_krimpbestendige_omgevingswet_toetspunten_voor_het_voorontwerp_tussenrapportage.

mw. mr. Franca Damen

Geef een antwoord

Your email address will not be published. Required fields are marked *

negentien − twaalf =