Handhaven op beweiden en bemesten?

Op 11 februari 2020 heeft rechtbank Overijssel een aantal uitspraken (o.a. ECLI:NL:RBOVE:2020:513) gedaan over handhavend optreden tegen beweiden en bemesten zonder natuurvergunning. De provincie moet nieuwe handhavingsbesluiten nemen. Hoe zit het precies en hoe moet het nu verder?

Achtergrond

De discussie over het al dan niet nodig hebben van een natuurvergunning voor beweiden en bemesten speelt al jarenlang. Op 4 februari 2015 deed de Raad van State een eerste uitspraak waaruit blijkt dat voor beweiden en bemesten een natuurvergunning nodig kan zijn. Omdat de overheid dat onwenselijk vond, werd een uitzondering op de natuurvergunningplicht voor beweiden en bemesten ingevoerd. In de uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat het niet is toegestaan om beweiden en bemesten categoraal uit te zonderen van de vergunningplicht. Die uitzondering is daarom onverbindend en moet geacht worden nooit te hebben bestaan. Dat betekent dat we weer terug zijn bij de uitspraak van de Raad van State van 4 februari 2015: voor beweiden en bemesten kan een natuurvergunning nodig zijn.

Uitspraken rechtbank

De uitspraken van rechtbank Overijssel gaan – net als de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 – over de vraag of handhavend moet worden opgetreden tegen beweiden en bemesten zonder natuurvergunning. Provincie Overijssel heeft verschillende handhavingsverzoeken daartoe afgewezen onder verwijzing naar de uitzondering op de natuurvergunningplicht voor deze activiteiten. Omdat die uitzondering onverbindend is, had de provincie hier niet naar mogen verwijzen. De besluiten van de provincie kunnen daarom niet in stand blijven. De rechtbank heeft die besluiten vernietigd en beslist dat de provincie binnen zes weken nieuwe besluiten op de handhavingsverzoeken moet nemen. Voor deze nieuw te nemen besluiten is onder andere het volgende van belang.

Natuurvergunningplicht

Een natuurvergunning is op grond van de wet nodig als een activiteit (zoals beweiden of bemesten) significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben. Als een natuurvergunning nodig is voor beweiden, dan moet dat in dezelfde natuurvergunning worden opgenomen als in de natuurvergunning voor het bedrijf. Als voor bemesten een natuurvergunning nodig is, dan mag dat in een aparte natuurvergunning worden opgenomen. Dat hoeft dus niet in dezelfde natuurvergunning als die voor het bedrijf.

Beginselplicht handhaving

Als een bedrijf een natuurvergunning nodig heeft voor beweiden en/of bemesten, maar deze niet heeft, dan is dat een overtreding. Dan geldt als uitgangspunt dat de provincie daartegen handhavend moet optreden. Dat is vaste rechtspraak. Het is ook vaste rechtspraak dat er in twee gevallen van handhaving kan worden afgezien, namelijk als er sprake is van concreet zicht op legalisatie of van bijzondere omstandigheden waardoor handhaving onevenredig is.

Concreet zicht op legalisatie wordt bij vergunningen aangenomen als ten minste de vereiste vergunning is aangevraagd en het bevoegd gezag voornemens is om die vergunning te verlenen.

Bijzondere omstandigheden op grond waarvan handhavend optreden als onevenredig moet worden aangemerkt, worden in de praktijk niet snel aangenomen.

Nieuwe ontwikkelingen

Sinds de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 zijn er verschillende ontwikkelingen geweest. Die kunnen van belang zijn voor de nieuw te nemen besluiten door de provincie.

Advies over beweiden en bemesten

Met name van belang lijkt het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ dat het Adviescollege stikstofproblematiek (Adviescollege) op 19 december 2019 heeft uitgebracht. Het Adviescollege concludeert dat in het overgrote deel van de gevallen voor bemesten geen natuurvergunning nodig is. Een natuurvergunning is niet nodig als bemesten niet leidt tot een toename van emissies ten opzichte van de Europese referentiedatum (vaak 10 juni 1994, 24 maart 2000 en/of 7 december 2004). Want dan kunnen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Maar als bemesten wel tot een toename van emissies leidt, zal wel een natuurvergunning nodig zijn. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het grondgebruik structureel is veranderd (bijvoorbeeld van akkerland naar grasland) of als gronden eerst niet of nauwelijks en nu volop bemest worden. Voor beweiden is volgens het Adviescollege geen natuurvergunning nodig, omdat beweiden bijdraagt aan een afname van de ammoniakemissie.

Kamerbrieven

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister) heeft in een Kamerbrief van 19 december 2019 laten weten dat de inzet van het kabinet is om beweiden en bemesten niet natuurvergunningplichtig te maken. Dit standpunt heeft de minister nog een keer herhaald in een Kamerbrief van 7 februari 2020. Ook in eerdere Kamerbrieven had de minister van LNV al laten weten te streven naar legalisering van beweiden en bemesten. Ook in de beantwoording van verschillende Kamervragen over beweiden en bemesten op 18 februari 2020 heeft de minister herhaald dat het de inzet is om beweiden en bemesten niet natuurvergunningplichtig te maken. In de beantwoording sluit de minister aan bij het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’.

Vervallen vergunningplicht voor ‘andere handelingen’

Van belang is ook dat op 1 januari 2020 de Wet natuurbescherming is gewijzigd (Spoedwet aanpak stikstof). Sindsdien is namelijk niet langer een natuurvergunning nodig voor activiteiten die wel een verslechterend maar geen significant gevolg voor een Natura 2000-gebied hebben. Die activiteiten werden ook wel andere handelingen genoemd. Daarvoor is dus niet langer een natuurvergunning nodig. Dat kan ook van belang zijn voor beweiden en bemesten. Wanneer beweiden en/of bemesten namelijk wel een verslechterend maar geen significant effect hebben op Natura 2000-gebieden, is niet langer een natuurvergunning nodig.

Verzet tegen eerdere uitspraak

Reeds op 18 december 2019 heeft rechtbank Noord-Nederland in zaak ECLI:NL:RBNNE:2019:5283 een vergelijkbare uitspraak gedaan als rechtbank Overijssel op 11 februari 2020. Provincie Drenthe is het niet mee eens met die uitspraak, omdat de provincie geen natuurvergunningplicht voor beweiden en bemesten wil. Daarom heeft de provincie – in overleg met de andere provincies en het ministerie van LNV – tegen die uitspraak verzet (‘bezwaar’) ingediend. Daarmee onderstrepen de provincies en het ministerie van LNV dat zij geen natuurvergunningplicht voor beweiden en bemesten willen.

Hoe nu verder?

Hoe kunnen en/of moeten provincies nou omgaan met verzoeken om handhavend op te treden tegen beweiden en bemesten zonder natuurvergunning? De provincies zullen hierop een beslissing moeten nemen. Dat geldt zowel wanneer het gaat om een nieuw of nog lopend handhavingsverzoek als wanneer het gaat om een handhavingsverzoek waarop al een beslissing is genomen, maar welke beslissing door de rechter is vernietigd.

De minister en de provincies zijn er duidelijk over dat zij beweiden en bemesten niet natuurvergunningplichtig willen maken. Zij wijzen daarvoor ook op het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ van het Adviescollege. Daaruit volgt dat er voor beweiden geen natuurvergunning nodig is en dat voor bemesten in de meeste gevallen eveneens geen natuurvergunning nodig is. De reden daarvoor is dat deze activiteiten geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden veroorzaken. In dat geval is voor deze activiteiten vanaf 1 januari 2020 geen natuurvergunning (meer) nodig.

Als de provincies het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ volgen, dan zal in de meeste gevallen de conclusie dus zijn dat er voor beweiden en bemesten geen natuurvergunning nodig is. Beweiden en bemesten zonder natuurvergunning levert dan dus geen overtreding op. Dat betekent dat de provincies de handhavingsverzoeken opnieuw zouden moeten afwijzen.

Maar stel dat er sprake is van een uitzonderingssituatie waarin gelet op het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ wél een natuurvergunning nodig is voor bemesten. Of stel dat de provincies zouden afwijken van het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ en zouden concluderen dat er voor beweiden en/of bemesten wel een natuurvergunning nodig is. Wat dan?

In die gevallen zouden de provincies de betrokken veehouders eerst in de gelegenheid moeten stellen om alsnog een natuurvergunning aan te vragen. Voor veehouders bestond er namelijk geen aanleiding om een natuurvergunning aan te vragen voor beweiden en/of bemesten. De bevoegde bestuursorganen hebben zich namelijk jarenlang op het standpunt gesteld dat deze activiteiten niet natuurvergunningplichtig waren. Toen duidelijk werd dat de activiteiten wel vergunningplichtig waren, werd voorzien in een uitzondering op de vergunningplicht. Veehouders kan daarom geen verwijt worden gemaakt dat zij geen natuurvergunning voor beweiden en bemesten hebben.

Daarom zouden de provincies – in het geval zij van mening zijn dat er een natuurvergunning nodig is voor beweiden en/of bemesten – betrokken veehouders eerst in de gelegenheid moeten stellen om alsnog een natuurvergunning aan te vragen. Een termijn van drie maanden daarvoor is redelijk. Die termijn begint te lopen op het moment dat de provincie hierover een brief naar de betreffende veehouder heeft gestuurd. In die brief moet de provincie dan aangeven welke gegevens de veehouder moet overleggen.

Zo lang de provincies zelf niet inzichtelijk hebben welke gegevens bedrijven bij een aanvraag voor een natuurvergunning voor beweiden en bemesten zouden moeten overleggen, is het dus maar de vraag in hoeverre de provincies achter een natuurvergunning voor beweiden en bemesten kunnen aangaan.

Als u echter (om welke reden dan ook) een natuurvergunning aanvraagt, verdient het naar mijn mening aanbeveling om daarin ook beweiden en/of bemesten mee te nemen. Dan moet de provincie daar namelijk een beslissing op nemen.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Beweiden en bemesten in relatie tot stikstof: hoe staat het er nu voor?

Voor beweiden en bemesten is in beginsel een natuurvergunning nodig. Dat oordeelde de Raad van State in een uitspraak van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1604). Maar hoe moet het nu verder? Daar gaf het Adviescollege stikstofproblematiek op 19 december 2019 een advies over. Diezelfde dag liet de minister weten dat de inzet van het kabinet is om beweiden en bemesten niet vergunningplichtig te maken. Hoe staat het er nu voor?

Achtergrond

Dat voor beweiden en bemesten een natuurvergunning nodig kan zijn, is niet nieuw. Dat oordeelde de Raad van State namelijk al in een uitspraak van 4 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:316). Maar omdat dit volgens de toenmalige Staatssecretaris tot een ongewenste situatie leidde, is er een vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor beweiden en bemesten ingevoerd. Deze vrijstelling gold eerst op landelijk niveau, maar daarna – vanwege de invoering van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 –op provinciaal niveau.

In een juridische procedure is de rechtmatigheid van deze vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor beweiden en bemesten ter discussie gesteld. In de uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat deze vrijstelling in strijd is met de eisen in de Europese Habitatrichtlijn. Daarom is de vrijstelling onverbindend. Dat betekent dat we juridisch gezien weer terug zijn bij de uitspraak van 4 februari 2015: voor beweiden en bemesten kan een natuurvergunning nodig zijn.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister van LNV) heeft daarna aangegeven weer met een oplossing te willen komen. Deze oplossing moet er zijn voor de aanvang van het nieuwe beweidings- en bemestingsseizoen in 2020. De minister van LNV heeft het Adviescollege stikstofproblematiek om advies hierover gevraagd.

Adviescollege stikstofproblematiek

Het Adviescollege stikstofproblematiek heeft op 19 december 2019 het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ uitgebracht. Het is een tussentijds advies voor de korte termijnaanpak van beweiden en bemesten in 2020 en is gericht op de vraag of voor beweiden en bemesten alsnog natuurvergunningen zouden moeten worden verleend.

Bemesten

Over bemesten merkt het Adviescollege op dat de ammoniakemissie hiervan ten opzichte van de Europese referentiedatum (vaak 7 december 2004) doorgaans is afgenomen. Deze afname is gerealiseerd door het aanscherpen van toegestane hoeveelheden per gewas, strengere aanwendingsnormen en gewijzigde technieken (die leiden tot een lagere uitstoot).

Als bemesten niet leidt tot een toename van emissies ten opzichte van de referentiedatum, dan kan worden uitgesloten dat bemesten significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. In dat geval is bemesten geen ‘project’ waarvoor een natuurvergunning is vereist, maar een zogeheten ‘andere handeling’. Voor andere handelingen gold tot 1 januari 2020 ook een natuurvergunningplicht, maar deze is met de inwerkingtreding van de Spoedwet aanpak stikstof per 1 januari 2020 vervallen. Dat betekent dat als bemesten slechts een andere handeling is, hiervoor geen natuurvergunning nodig is. Volgens het Adviescollege is dat “in het overgrote deel van de gevallen” aan de orde.

Er kunnen echter uitzonderingen zijn waarin bemesten wel leidt tot een toename van emissies. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het grondgebruik structureel is veranderd (bijvoorbeeld van akkerland naar grasland) of als gronden eerst niet of nauwelijks en nu volop bemest worden. Als bemesten leidt tot een toename van emissies dan is sprake van een ‘project’ en dan is hiervoor wel een natuurvergunning nodig.

Het Adviescollege beveelt aan om de bedrijfsspecifieke situaties in beeld te brengen, waarbij sprake is van een wijziging van grondgebruik. Er moet worden vastgesteld of daadwerkelijk sprake is van een hogere emissie dan op de referentiedatum. Hiervoor kunnen de meitellingen worden gebruikt. Vervolgens moet worden onderzocht of het gebruik tot knelpunten in Natura 2000-gebieden leidt. Voor deze uitzonderingssituaties beveelt het Adviescollege aan om een specifieke aanpak te ontwikkelen.

Beweiden

Over beweiden merkt het Adviescollege op dat dit op twee manieren bijdraagt aan een afname van de ammoniakemissie. Doordat de dieren een periode niet in de stal zijn, wordt de stal namelijk minder bevuild met mest en dooft de emissie in de stal uit. Daarnaast is er een afname van de ammoniakemissie doordat er minder stalmest wordt aangewend op de weilanden waar de dieren door weidegang zelf mest op brengen. Mest van beweiding kent een veel lagere ammoniakemissie dan mest die in de stal is opgevangen en opgeslagen, en vervolgens op het land wordt uitgereden.

Bedrijven die in de vergunning voor de stal gebruikmaken van de optie om te beweiden, mogen rekenen met een emissiereductie van 5% voor de emissies in de stal. Hierbij wordt alleen rekening gehouden met de eerste vorm van reductie (minder bevuiling met mest omdat de dieren een periode niet in de stal zijn). Het tweede positieve effect van beweiden is niet in de vergunning verdisconteerd.

Beweiden heeft dus een positief effect. Het is daarom aannemelijk dat voor beweiden geen sprake is van een hogere depositie dan waar in de stalvergunning al rekening mee is gehouden. Er is geen reden voor een verdere beoordeling van het huidige gebruik.

Standpunt kabinet

De minister van LNV heeft naar aanleiding van het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ op 19 december 2019 een Kamerbrief gestuurd. Hierin geeft de minister aan dat de inzet van het kabinet is om beweiden en bemesten niet vergunningplichtig te maken.

Het is echter nog steeds wachten op duidelijkheid en zekerheid.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Programma Aanpak Stikstof onderuit (deel 8): eerste reactie overheid

De overheid heeft op 11 juni 2019 een reactie gegeven op de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) over het Programma Aanpak Stikstof. Zoals de overheid aangeeft, is het een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder andere waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. Hoe nu verder?

Bron- en herstelmaatregelen

De overheid heeft besloten om door te gaan met de uitvoering van de bron- en herstelmaatregelen. Ook wil de overheid zoeken naar extra bronmaatregelen in verschillende sectoren. Samen met de sectoren zal worden gezocht naar nieuwe bronmaatregelen die voldoende kunnen worden verankerd. De maatregelen dragen bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuur.

Beweiden en bemesten

Voor beweiden en bemesten is een natuurvergunning vereist. Een algemene uitzondering op deze vergunningplicht kan niet worden gemaakt, zo volgt uit de uitspraak van de Raad van State.

De overheid wil werken aan een oplossing om op een pragmatische wijze invulling te geven aan de eisen van de Raad van State ten aanzien van beweiden en bemesten.

PAS-meldingen

Stikstofveroorzakende activiteiten die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd met toepassing van de uitzondering op de vergunningplicht voor activiteiten onder de drempel- of grenswaarde, zijn alsnog vergunningplichtig. Volgens de Kamerbrief gaat het hierbij om zo’n 3.300 geregistreerde activiteiten. De overheid wil tot een oplossing komen voor deze activiteiten.

Toestemmingverlening

Het PAS mag niet meer worden gebruikt als toestemmingsbasis voor activiteiten. Dit betekent niet dat vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. De overheid noemt in de Kamerbrief verschillende mogelijkheden, zoals intern salderen, extern salderen, een andere ecologische onderbouwing of de zogeheten ADC-toets. Op deze mogelijkheden ben ik reeds ingegaan in deel 7 van mijn blogserie.

Integrale aanpak voor de lange termijn

Het blijft de ambitie van de overheid om het stikstofoverschot aan te pakken. Het streven is om middels een quick scan te verkennen of het mogelijk is om te komen tot een integrale aanpak voor het terugdringen van schadelijke emissies.

Andere delen blogserie

Over de andere onderdelen van de uitspraak van de Raad van State kunt u meer lezen in de andere delen van mijn blogserie:

  1. inleiding
  2. passende beoordeling
  3. de verwachte voordelen van maatregelen
  4. waarvoor kan het PAS nuttig zijn
  5. onderdelen onverbindend
  6. gevolgen voor de praktijk
  7. extern salderen weer ‘hot’ of andere oplossingen?
  8. eerste reactie overheid (dit blog)
  9. samenvatting uitspraak

mw. mr. Franca Damen