Extern salderen nog langer op slot

Extern salderen met veehouderijen blijft nog langer op slot. Anders dan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in haar Kamerbrief van 24 april 2020 heeft aangekondigd, komt er voor deze zomer geen duidelijkheid over extern salderen.

Voorkomen van ongerichte opkoop

De minister en de provincies willen voorkomen dat veehouderijen ongericht en ongecontroleerd worden opgekocht om extern mee te salderen. Dit heeft de minister aangegeven in een Kamerbrief van 7 februari 2020.

Over de vraag hoe de minister en de provincies dit kunnen voorkomen, wordt nog steeds nagedacht. In een Kamerbrief van 24 april 2020 had de minister aangegeven dat zij samen met de provincies voor de zomer duidelijk zou maken op welke manier en op welk moment extern salderen met veehouderijen weer mogelijk zou zijn. Uit verschillende Kamerstukken bleken al enkele mogelijke voorwaarden voor extern salderen.

Extern salderen nog langer onmogelijk

Tijdens een overleg tussen het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen op 9 juli 2020 is echter duidelijk geworden dat extern salderen met veehouderijen nog langer onmogelijk blijft. Het Rijk en de provincies werken de komende tijd nog verder aan de “benodigde waarborgen voor het zorgvuldig (gefaseerd) openstellen van extern salderen met veehouderijen”.

Na de zomer zullen de provincies besluiten wanneer zij extern salderen met veehouderijen weer mogelijk gaan maken.

Extern salderen wettelijk gezien mogelijk

Het is opmerkelijk te noemen dat extern salderen met veehouderijen op dit moment nog steeds niet wordt toegestaan door provincies. Op grond van de Wet natuurbescherming is dit sinds 29 mei 2019 – de dag waarop het Programma Aanpak Stikstof ‘onderuit is gegaan’ – namelijk juridisch gezien wel weer mogelijk. Het zijn echter de provincies (met uitzondering van de provincie Limburg) die extern salderen onmogelijk hebben gemaakt in hun provinciale beleidsregels.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Extern salderen, hoe zit het nu?

Sinds 29 mei 2019 is het wettelijk gezien weer mogelijk om extern te salderen om een natuurvergunning te verkrijgen. Lange tijd hebben provincies daar echter geen medewerking aan verleend en ook nu nog wordt extern salderen in veel gevallen geblokkeerd. Hoe zit het nu met extern salderen?

PAS-uitspraak

Toen het Programma Aanpak Stikstof (PAS) gold, was het wettelijk verboden om extern te salderen. Na het onderuit gaan van het PAS in de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 was extern salderen wettelijk gezien weer mogelijk.

Provincies verleenden echter nog geen medewerking aan het verlenen van natuurvergunningen met toepassing extern salderen, dit in afwachting van (landelijk) beleid hierover.

Provinciale beleidsregels

Op 8 oktober 2019 hebben de provincies vervolgens beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Op grond hiervan was extern salderen onder voorwaarden weer mogelijk, behalve met een bedrijf dat op 4 oktober 2019 beschikte over dier- of fosfaatrechten. Nadat verschillende provincies kort na 8 oktober 2019 de beleidsregels hebben ingetrokken of opgeschort, hebben alle provincies op 10 december 2019 nieuwe beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Op grond hiervan is extern salderen echter nog steeds niet mogelijk met een bedrijf dat op 4 oktober 2019 beschikte over dier- of fosfaatrechten.

De gedachte hierachter was dat het de bedoeling was om bij de verkoop van ammoniakrechten ten behoeve van extern salderen de bijbehorende dier- of fosfaatrechten in te trekken. Ondanks dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in een Kamerbrief van 7 februari 2020 heeft aangegeven hiervan af te zien bij verkoop door private partijen, is extern salderen tot op heden niet mogelijk met bedrijven die op 4 oktober 2019 beschikten over dier- of fosfaatrechten.

Wanneer en onder welke voorwaarden weer extern salderen?

De minister wil voor de zomer aangeven wanneer en onder welke voorwaarden extern salderen met veehouderijen weer mogelijk wordt. Daarvoor heeft de minister – onder andere in reactie op verschillende Kamervragen – wel al enkele hoofdlijnen kenbaar gemaakt.

  1. Een ongerichte en ongecontroleerde opkoop van veehouderijen moet worden voorkomen (zie daarvoor ook de Kamerbrief van 7 februari 2020).
  2. Een initiatiefnemer moet zich vooraf melden bij de provincie over een voorgenomen aankoop van ammoniakrechten van een veehouderij. Zo kunnen provincies een aankoop afwegen in het licht van de gebiedsgerichte aanpak.
  3. De gebiedsplannen gaan op termijn mogelijk het afwegingskader vormen op basis waarvan de provincies in het kader van de gebiedsgerichte aanpak een aanvraag voor een natuurvergunning met extern salderen kunnen toewijzen of afwijzen.
  4. Sloop of herbestemming wordt mogelijk een voorwaarde voor extern salderen, om op die manier leegstand te voorkomen.
  5. Extern salderen met veehouderijen wordt gedurende één jaar mogelijk. Daarna wordt op basis van een “grondige evaluatie” van het gebruik en de effecten besloten of de regeling wordt verlengd.

Daarnaast valt nog een aantal punten in relatie tot extern salderen op.

  1. De regeling moet ontwikkelingsruimte voor urgente maatschappelijke opgaven borgen.
  2. De minister bekijkt de mogelijkheden om vrijvallende ruimte bij extern salderen in te zetten voor het legaal houden van PAS-meldingen en voor bijvoorbeeld een depositiebank voor alle sectoren.

Extern salderen met veehouderijen zal naar verwachting dus niet meer geheel vrij zijn, zoals het geval was vóór inwerkingtreding van het PAS. Een veehouder lijkt zijn ammoniakrechten namelijk niet meer vrij te kunnen verkopen aan een andere partij. De andere partij (de beoogde koper) moet zich immers eerst melden bij de provincie, zodat de provincie kan beoordelen of de door de beoogde koper gewenste ontwikkeling wel past binnen de kaders van de provincie. Op die manier lijken provincies een grote stempel te kunnen drukken op extern salderen.

Ik begrijp goed de wens van de minister en de provincies om het ongericht en ongecontroleerd opkopen van veehouderijen te voorkomen. Maar voorkomen moet worden dat provincies feitelijk een ‘veto’ kunnen uitspreken over beoogde ontwikkelingen en op die manier bijvoorbeeld extern salderen tussen veehouderijen onderling kunnen tegengaan. Ik ben dan ook erg benieuwd onder welke voorwaarden extern salderen met veehouderijen exact mogelijk zal worden.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Structurele aanpak stikstof

Op 24 april 2020 heeft het kabinet de structurele aanpak stikstof bekend gemaakt. In de betreffende Kamerbrief licht de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit toe welke maatregelen het kabinet neemt om de uitstoot en neerslag van stikstof te verminderen, de natuur te herstellen en de vergunningverlening verder op gang te brengen.

 

Nieuwe punten

De maatregelen – die hierna zullen worden toegelicht – bevatten naar mijn mening weinig nieuws. Wat wel opvalt, zijn de volgende punten.

  1. Er wordt een streefwaarde voor stikstofreductie in 2030 in wet-/regelgeving vastgelegd. Hiervoor moet de stikstofdepositie in 2030 gemiddeld met 255 mol/ha/jaar dalen.
  2. Er wordt een ontwikkelreserve van 20 mol/ha/jaar ingesteld voor het legaal houden van PAS-meldingen en voor projecten met nationale belangen.
  3. De bronmaatregelen zijn vooral gericht op de veehouderij. Deze zien onder andere op nadere eisen aan veevoer, het uitbreiden van weidegang, het emissiearm uitrijden van mest, mestverwerking en de twee hierna te noemen punten.
  4. Er komt een beëindigingsregeling (in de vorm van een subsidieregeling) voor veehouders nabij Natura 2000-gebieden die willen stoppen.
  5. Er komen aangescherpte ammoniakemissienormen voor de veehouderij. Deze zullen (uiteindelijk) niet alleen op nieuwe stallen en renovaties zien, maar ook op bestaande stallen.
  6. Het verleasen van stikstofruimte voor activiteiten met tijdelijke stikstofdepositie wordt binnenkort mogelijk.
  7. Provincies krijgen een ‘goedkeurende’ rol bij extern salderen. Zij moeten toetsen of de activiteit waarvoor iemand extern wil salderen, past binnen de gebiedsgerichte aanpak.
  8. In de gebiedsgerichte aanpak worden niet alleen natuurherstelmaatregelen opgenomen, maar ook de nationale bronmaatregelen en maatregelen die decentrale overheden (zoals provincies en gemeenten) nemen om de stikstofdepositie te laten dalen.

 

Natuurherstelmaatregelen

Maatregelen ten behoeve van natuurbehoud- en herstel

Op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) was de overheid al verplicht om natuurherstelmaatregelen uit te voeren. Het kabinet treft nu extra van deze maatregelen om te voldoen aan de verplichtingen uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 6, eerste en tweede lid). Het gaat onder andere om maatregelen om de negatieve gevolgen van overmatige stikstofdepositie op de natuurkwaliteit te verminderen en de natuur en biodiversiteit te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn het versnellen en intensiveren van natuurherstelmaatregelen, het verbeteren van hydrologie in en rondom natuurgebieden, het versneld verwerven en inrichten van gronden en aanplant van nieuw bos ter compensatie van bomenkap.

 

Natuurinclusieve ruimtelijke inrichting

Het is de bedoeling om te zorgen voor een betere ruimtelijke integratie van natuur met andere functies als landbouw, energieopwekking, woningbouw en infrastructuur. Zo moet meer natuurinclusief areaal worden ontwikkeld. De natuur die zo ontstaat, zal niet als Natura 2000-gebied worden aangewezen of leiden tot uitbreiding van bestaande Natura 2000-gebieden.

 

Gebiedsgerichte aanpak

Provincies moeten een gebiedsgerichte aanpak voor de stikstofproblematiek vaststellen. De nationale structurele aanpak stikstof werkt door in deze gebiedsgerichte aanpak en wordt voor een deel gebiedsgericht ingevuld. De gebiedsgerichte aanpak bestaat uit:

  1. natuurherstelmaatregelen;
  2. nationale bronmaatregelen (die gebiedsgericht worden geïmplementeerd);
  3. maatregelen die decentrale overheden (zoals provincies en gemeenten) nemen om de stikstofdepositie te laten dalen.

In alle provincies is inmiddels een plan van aanpak vastgesteld voor de gebiedsgerichte aanpak. Het Rijk wil bestuurlijke afspraken met de provincies maken over de gebiedsgerichte aanpak en deze afspraken voor de zomer formaliseren.

 

Bronmaatregelen

Streefwaarde stikstofreductie voor 2030

Het kabinet stelt een streefwaarde voor stikstofreductie in 2030 vast. Dan moet de stikstofdepositie op ten minste de helft van de hectares met stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW) worden gebracht. Daarvoor moet de stikstofdepositie gemiddeld met 255 mol/ha/jaar in 2030 dalen. Deze daling bestaat uit de volgende ‘onderdelen’:

  1. Ongeveer 120 mol wordt bereikt door eerder vastgesteld beleid gericht op stikstofreductie in de landbouw, mobiliteit, industrie en energie.
  2. Ongeveer 25 mol wordt bereikt door de maatregelen uit het Klimaatakkoord.
  3. Voor de ongeveer 110 resterende mol neemt het kabinet bronmaatregelen.

De streefwaarde zal in de wet-/regelgeving worden vastgelegd.

 

Ontwikkelreserve

Het kabinet stelt een ontwikkelreserve in van minimaal 20 mol/ha/jaar. Deze is deels bedoeld voor het legaal houden van PAS-meldingen en deels voor nationale belangen (zoals projecten in de infrastructuur, waterveiligheid, woningbouw, defensie en energietransitie).

 

Pakket bronmaatregelen en monitoring & bijsturing

Er wordt een pakket aan bronmaatregelen getroffen. De verplichting hiertoe wordt in wet-/regelgeving vastgelegd. Ook de systematiek voor monitoring en bijsturing van onder andere de streefwaarde en het maatregelenpakket wordt in wet-/regelgeving vastgelegd.

 

Bronmaatregelen in de landbouw
  1. Er wordt geprobeerd om alle inschrijvingen op de warme saneringsregeling voor de varkenshouderij te honoreren, voor zover deze aan de gestelde eisen voldoen. Hiervoor wordt extra budget beschikbaar gesteld.
  2. Er komt een beëindigingsregeling (in de vorm van een subsidieregeling) voor veehouders die willen stoppen, gericht op het verminderen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Om deel te kunnen nemen aan de regeling moet de veehouderij een bepaalde, nog onbekende, ondergrens aan stikstofdepositie veroorzaken. Veehouderijen met de hoogste stikstofdepositie komen als eerste in aanmerking. De regeling wordt op z’n vroegst begin 2021 opengesteld.
  3. Er komt een ministeriële regeling waarin nadere eisen aan veevoer worden gesteld. De minister heeft deze bevoegdheid op grond van de Spoedwet aanpak stikstof. Er worden maxima gesteld aan het ruw eiwitgehalte in mengvoer (en mogelijk ander krachtvoer) dat een melkveehouder gebruikt. De regeling kan naar verwachting vanaf 1 september 2020 in werking treden. Voor de jaren na 2020 wordt ingezet op een met de sector overeen te komen afsprakenkader, gericht op voermanagementmaatregelen.
  4. De ambitie van het kabinet is om het aantal uren weidegang uit te breiden met 125 uren in 2021 en 250 uren vanaf 2022. Het is nog niet duidelijk of dit wordt vastgelegd en zo ja, hoe.
  5. Het kabinet heeft voornemens voor het emissiearm uitrijden van mest. Daarvoor wil het kabinet bedrijven stimuleren om regenwater op te vangen van staldaken en erf om daarmee mest te kunnen verdunnen. Ook wil het kabinet bezien hoe verdunning in de praktijk daadwerkelijk door kan gaan. Hiervoor moet de meststoffenregelgeving worden aangepast.
  6. Er komt een Subsidieregeling brongerichte verduurzaming voor innovatie in nieuwe staltechnieken (stalmaatregelen). Ook (b)lijken er aangescherpte ammoniakemissienormen te komen voor de veehouderij. Deze zullen gelden voor nieuwe stallen en renovaties. Maar ook bestaande stallen zullen (op termijn) moeten worden aangepast. Boeren worden via subsidie ondersteund bij het doorvoeren van de benodigde aanpassingen.
  7. Boeren die willen extensiveren, omschakelen naar een andere bedrijfsvoering (bijvoorbeeld kringlooplandbouw) of verplaatsen naar een locatie verder weg van een Natura 2000-gebied, worden ondersteund. Het kabinet stelt hiervoor een omschakelfonds in, om de omschakeling financieel mogelijk te maken.
  8. Er wordt centrale mestverwerking voorgesteld, waar emissies worden afgevangen en mest wordt verwerkt tot hoogwaardige meststoffen. Deze meststoffen kunnen als kunstmestvervanger dienen en dan emissiearm worden toegediend of worden geëxporteerd buiten de Nederlandse landbouw. Er wordt een budget beschikbaar gesteld voor een investeringssubsidieregeling.

 

Bronmaatregelen in de industrie en energie

In de industrie wordt de BBT-aanpak verder voortgezet. De maatregelen die de industrie- en energiesector moeten nemen in het kader van het Klimaatakkoord en het Urgenda-arrest zullen ook zorgen voor een reductie van de stikstofuitstoot.

 

Bronmaatregelen in de mobiliteit en bouw

In het wegverkeer zal de uitstoot dalen door een verdere aanscherping van Europese emissienormen voor nieuwe voertuigen. Ook door het (geleidelijk) vervangen van oudere meer vervuilende voertuigen door nieuwere schonere voertuigen zal de uitstoot dalen.

In de bouwsector worden de komende drie jaar gebiedsgerichte pilots met nul-emissie mobiele werktuigen uitgevoerd.

 

Maatregelen voor vergunningverlening

Bestaande mogelijkheden en extern salderen

Vergunningverlening is juridisch gezien al mogelijk op basis van:

De minister is van plan om met de provincies af te spreken dat bij extern salderen een initiatiefnemer zich vooraf meldt bij de provincie over een voorgenomen aankoop. Zo kan de provincie toetsen of de aankoop past binnen de gebiedsgerichte aanpak. Ook bespreekt de minister met de provincies of en zo ja, hoe de gebiedsplannen misschien een afwegingskader kunnen gaan vormen op basis waarvan een aanvraag voor een natuurvergunning met extern salderen kan worden toegewezen of afgewezen.

Bij extern salderen gaat over het algemeen stikstofruimte verloren. De minister onderzoekt of deze stikstofruimte misschien toch kan worden ingezet voor het legaal houden van meldingen en/of een depositiebank voor alle sectoren. 

 

Verleasen

Het verleasen van stikstofruimte wordt binnenkort mogelijk voor activiteiten met een tijdelijke stikstofdepositie.

 

Regionale drempelwaarde

Een regionale drempelwaarde is mogelijk bij Natura 2000-gebieden die onder de KDW zitten of hieronder komen door het maatregelenpakket.

 

Legaal houden van PAS-meldingen

Van de ontwikkelreserve van 20 mol is 11 mol bedoeld voor het legaal houden van PAS-meldingen. De 11 mol is een indicatie van de stikstofdepositie die alle ingediende PAS-meldingen veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Vanwege de natuurkenmerken is de ontwikkelreserve in sommige Natura 2000-gebieden mogelijk niet voldoende. Dan zal er maatwerk moeten worden toegepast binnen de gebiedsgerichte aanpak om, zoveel mogelijk, PAS-meldingen legaal te houden.

Voor activiteiten met een stikstofdepositie onder de 0,05 mol hoefde op grond van het PAS geen PAS-melding te worden gedaan. Hiervoor hoefde alleen een stikstofdepositieberekening te worden gemaakt en bewaard. De overheid moet deze activiteiten nog in kaart brengen. Nadat dat is gebeurd, wordt beoordeeld wat een passende oplossing is voor deze activiteiten. De ontwikkelreserve van 11 mol is dus niet voor deze activiteiten bedoeld.

 

Beweiden en bemesten

Het is nog steeds de inzet van de minister en de provincies om beweiden en bemesten niet vergunningplichtig te maken. Er wordt voorlopig niet actief gehandhaafd. In de Kamerbrief is hierover niet meer duidelijkheid gegeven.

 

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Stikstofproblematiek: een nieuwe update

Op 1 november 2019 stuurde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een Kamerbrief met een update over de stikstofproblematiek.

Vergunningverlening woningbouw

Het kabinet wil de vergunningverlening voor de woningbouw op korte termijn weer vlot trekken. Daarvoor worden maatregelen genomen. Hierover informeert het kabinet de Tweede Kamer volgende week.

Begrotingsreserve

Uit de Kamerbrief van 4 oktober 2019 volgde nog het uitgangspunt dat voor het aanpakken van de stikstofproblematiek in de basis geen extra geld wordt gereserveerd. Daar komt het kabinet op terug. Er wordt een begrotingsreserve van € 500 miljoen ingesteld. De minister gaat met de provincies in overleg om te vragen wat hun bijdrage kan zijn.

Bronmaatregelen en drempelwaarde

Het kabinet werkt verder aan een breder pakket met bronmaatregelen. Hiermee wil het kabinet een generieke drempelwaarde mogelijk maken. Hierover is advies gevraagd aan de Afdeling advisering van de Raad van State.

Beleidsregels salderen

Op 8 oktober 2019 werden de Beleidsregels intern en extern salderen bekend gemaakt. Tussen de minister en de provincies en de provincies onderling bestaat hier verschil van inzicht over. Het kabinet en de provincies willen uiterlijk 1 december 2019 eenduidige afspraken hebben over de beleidsregels.

De provincies Friesland, Drenthe en Overijssel hebben de beleidsregels alweer ingetrokken of opgeschort. De provincie Gelderland heeft de beleidsregels tijdelijk opgeschort voor de agrarische sector; andere sectoren (zoals bouw en industrie) kunnen in theorie door. De provincie Limburg heeft aangekondigd de beleidsregels aan te zullen passen.

Wetsvoorstel warme sanering

Er is een wetsvoorstel gemaakt voor een vrijwillige, warme sanering van boerenbedrijven. Dit wetsvoorstel ligt momenteel bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

AERIUS Calculator

Sinds 16 september 2019 is AERIUS Calculator weer beschikbaar, maar met een (zeer) beperkt toepassingsbereik. Een volgende versie van AERIUS Calculator wordt in januari 2020 beschikbaar gesteld.

Meetnet

Het meetnet is dit jaar op 20 locaties uitgebreid met stikstofdioxidenmetingen in natuurgebieden. Binnenkort wordt het meetnet voor stikstof verder uitgebreid met droge depositiemetingen van ammoniak op twee locaties. Hiermee zouden de verspreiding en depositie van stikstof beter in beeld gebracht moeten worden.

Commissie over verbeteren meet- en rekenmethode stikstof

De minister heeft een commissie ingesteld om het meetsysteem verder onder de loep te nemen.

In januari 2020 komt de commissie met een advies over de huidige meet- en rekenmethode (inclusief vergelijking met het buitenland). Hierin wordt beschreven welke verbeteringen nodig zijn, wat de relevantie daarvan is en binnen welke termijn die realiseerbaar zijn.

In juni 2020 komt de commissie met een advies waarin eventuele verbetermogelijkheden verder worden uitgewerkt, zodanig dat deze beoordeeld en geïmplementeerd kunnen worden.

Luchtvaart

Het adviescollege Remkes komt begin december 2019 met een vervroegd advies over de luchtvaartsector. Eerder is al aangegeven dat het adviescollege in december 2019 ook met een tussentijds advies over beweiden en bemesten komt.

Bijlagen

Bij de Kamerbrief van 1 november 2019 zijn tien bijlagen gevoegd.

Bijlage 1 betreft een tijdlijn van de bestuurlijke momenten voor afstemming tussen het Rijk en de provincies ten aanzien van intern en extern salderen.

Bijlage 2 betreft een beknopte rapportage over de vragen die in de Helpdesk stikstof en Natura 2000 zijn binnengekomen in oktober 2019.

De overige bijlagen betreffen verslagen van het overleg met provincies. Deze (concept)verslagen zijn echter voor het grootste deel onleesbaar gemaakt.

mw. mr. Franca Damen

Beleidsregels intern en extern salderen

Op 8 oktober 2019 zijn de provinciale Beleidsregels intern en extern salderen bekend gemaakt. Deze beleidsregels zijn een vervolg op de Kamerbrief van 4 oktober 2019, maar strekken nog verder dan deze brief. Wat houden de Beleidsregels intern en extern salderen in en wat maken ze (niet) mogelijk?

Enkele basiselementen

Een natuurvergunning mag op basis van intern of extern salderen worden verleend, als de stikstofdepositie op hexagoonniveau per saldo niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie.

De referentiesituatie is:

  • de verleende vigerende en onherroepelijke natuurvergunning of
  • de milieutoestemming zoals die gold ten tijde van de Europese referentiedatum of, als daarna een milieutoestemming met een lagere N-emissie is gaan gelden, die milieutoestemming (oftewel: de laagst vergunde situatie vanaf de referentiedatum).

De referentiedatum is:

  • voor Habitatrichtlijngebieden 7 december 2004 of de datum waarop het gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard, voor zover die verklaring heeft plaatsgevonden na 7 december 2004;
  • voor Vogelrichtlijngebieden 10 juni 1994 of de datum waarop het gebied is aangewezen, voor zover die aanwijzing heeft plaatsgevonden na 10 juni 1994.

Hier is een overzicht opgenomen van de relevante referentiedata per Natura 2000-gebied.

Een N-emissie is een stikstofverbinding die direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of op de bodem wordt gebracht.

De stikstofdepositie moet met AERIUS Calculator worden berekend. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op onderdelen die buiten het toepassingsbereik van AERIUS Calculator vallen, verzoeken Gedeputeerde Staten op deze onderdelen om aanvullende berekeningen.

De voorwaarden voor extern salderen zoals deze al golden (voortvloeiende uit de rechtspraak), blijven bestaan, maar worden aangevuld met extra voorwaarden.

Latente ruimte wordt afgenomen

Als een bedrijf een nieuwe of een wijziging van een bestaande natuurvergunning aanvraagt en daarvoor gebruik maakt van intern of extern salderen, dan wordt de latente ruimte afgenomen. Welke ruimte dat is, verschilt bij intern en extern salderen.

Bij intern salderen wordt de onbenutte ruimte uit de vergunning weggenomen. Bij extern salderen worden de onbenutte ruimte en de niet gebruikte capaciteit weggenomen.

Uitgangspunt bij intern en extern salderen

Doordat bij intern salderen de onbenutte ruimte uit de vergunning wordt weggenomen, is de feitelijk gerealiseerde capaciteit het uitgangspunt voor de nieuwe of te wijzigen natuurvergunning. Het gaat om de capaciteit die aantoonbaar is gerealiseerd op het moment van het aanvragen van een natuurvergunning. Tot de feitelijk gerealiseerde capaciteit behoort niet het deel van de vergunde capaciteit waarvoor het bedrijf niet beschikt over de benodigde varkensrechten, pluimveerechten, fosfaatrechten of CO2-rechten. Voor fosfaaatrechten geldt een uitzondering, namelijk als een melkveehouder kan aantonen dat op 1 maart 2017 aantoonbaar meer rundvee werd gehouden dan aan fosfaatrechten is verkregen en op dat moment voldoende ruimte beschikbaar was in de stallen.

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het voorgaande de referentiesituatie zonder inperking van de gerealiseerde capaciteit als uitgangspunt hanteren indien:

  • op 8 oktober 2019 het project nog niet geheel is gerealiseerd, maar de initiatiefnemer aantoonbaar stappen heeft gezet met het oog op volledige realisatie;
  • op 8 oktober 2019 nog niet is begonnen met het realiseren van het project, maar hiervoor wel aantoonbaar onomkeerbare significante investeringsverplichtingen zijn aangegaan;
  • het project noodzakelijk is voor de realisatie van doelen in een Natura 2000-gebied;
  • het projecten en plannen ten aanzien van / ten behoeve van (vaar-/spoor)wegen, luchtvaart, woningbouw, duurzame energieopwekking en energieprojecten van nationaal belang betreft dan wel projecten noodzakelijk in het kader van militaire activiteiten.

Doordat bij extern salderen de onbenutte ruimte en de niet gebruikte capaciteit worden weggenomen, is de feitelijk benutte capaciteit – op 8 oktober 2019 – het uitgangspunt voor de te verkopen N-emissierechten. Er mag in afwijking van 8 oktober 2019 worden uitgegaan van een hoger aantoonbaar benutte capaciteit in een van de drie hieraan voorafgaande jaren, mits dit in de vergunningaanvraag voldoende wordt onderbouwd.

Terug naar Besluit emissiearme huisvesting

Nadat de latente ruimte uit de vergunning is gehaald, moet er nog verder teruggeschroefd worden bij veehouderijen. Er moet bij intern salderen (eigen bedrijf) en extern salderen (saldogevende locatie) namelijk worden uitgegaan van ten hoogste de emissie per dierplaats op grond van het Besluit emissiearme huisvesting zoals dat geldt op het moment van het aanvragen van een natuurvergunning.

30% afromen

Bij extern salderen moet vervolgens nog 30% van de N-emissierechten van de saldogevende locatie worden afgeroomd. Op die manier dalen de N-emissies.

Intrekking dierrechten

Op dit moment is het nog niet toegestaan om extern te salderen met een bedrijf dat op 4 oktober 2019 over varkensrechten, pluimveerechten of fosfaatrechten beschikte. Dat mag pas nadat de Meststoffenwet is gewijzigd, en wel in die zin dat wanneer de ammoniakrechten van een veehouderij worden verkocht, de bijbehorende dierrechten worden ingenomen. Op deze manier wordt feitelijk dus een krimp van de veehouderij bewerkstelligd.

Salderen mag niet altijd

Salderen is niet altijd toegestaan. Als een bedrijf deelneemt aan de subsidieregeling sanering varkenshouderijen of een andere warme saneringsregeling, dan zijn intern en extern salderen niet toegestaan. Ook zijn intern en extern salderen niet toegestaan voor zover het intrekken van een vergunning noodzakelijk is op grond van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn. Tot slot is extern salderen niet toegestaan als de saldogevende locatie deelneemt aan de stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij.

Intrekking natuurvergunning

In nieuwe natuurvergunningen zal een voorschrift worden opgenomen dat de vergunning mag worden ingetrokken als de activiteit waarvoor de vergunning is verleend, niet binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning is gerealiseerd.

Samenvatting

Intern salderen Extern salderen
Basis natuurvergunning of laagste vergunning sinds referentiedatum natuurvergunning of laagste vergunning sinds referentiedatum
Wegnemen latente ruimte onbenutte ruimte onbenutte ruimte en niet gebruikte capaciteit
Betekent de volgende uitgangssituatie feitelijk aantoonbaar gerealiseerde capaciteit op moment aanvraag natuurvergunning (voor zover de vereiste dier-/CO2-rechten) (met uitzonderingen) feitelijk benutte capaciteit op 8 oktober 2019 (of één van de drie hieraan voorafgaande jaren)
Terug naar Besluit emissiearme huisvesting maximale emissie per dierplaats o.g.v. Besluit huisvesting maximale emissie per dierplaats o.g.v. Besluit huisvesting
Afroming n.v.t. 30% afromen
Bijbehorende dierrechten n.v.t. worden ingetrokken
Niet toegestaan bij deelname aan warme saneringsregeling; indien intrekking rechten nodig is o.g.v. artikel 6, lid 2, Hrl bij deelname aan warme saneringsregeling of stoppersregeling ammoniak; indien intrekking rechten nodig is o.g.v. artikel 6, lid 2, Hrl

mw. mr. Franca Damen

 

1 2