Toets vergunning veehouderij aan toetsingskader endotoxinen

Het effect dat nabijgelegen veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, is een mee te wegen belang bij het verlenen van een omgevingsvergunning milieu voor een veehouderij. Een van deze effecten ziet op endotoxinen. Op 28 februari 2018 heeft rechtbank Oost-Brabant hierover een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBOBR:2018:915).

Wat was er aan de hand?

De uitspraak gaat over een omgevingsvergunning milieu die de gemeente Bernheze heeft verleend voor het veranderen en uitbreiden van een varkenshouderij. Een omwonende heeft tegen deze vergunning beroep ingediend en onder andere aangevoerd dat de gezondheidssituatie in de omgeving door de vergunde situatie kan verslechteren.

Toetsingskader volksgezondheid en endotoxinen

De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, moeten worden betrokken bij besluiten in het kader van ruimtelijke ordening (bestemmingsplan of omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik) en milieu (omgevingsvergunning milieu). De afgelopen jaren is daarover veel rechtspraak verschenen. Meer informatie over veehouderijen en volksgezondheid kunt u hier lezen.

Een van de effecten op de volksgezondheid ziet op endotoxinen. De Gezondheidsraad hanteert een advieswaarde van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel aan endotoxinen kan worden beschermd.

De rijksoverheid ontwikkelt een landelijk toetsingskader voor endotoxinen. Dit toetsingskader is momenteel nog niet beschikbaar. Daarom heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (team van provincie Noord-Brabant, de GGD en verschillende Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ (Toetsingskader endotoxinen) opgesteld.

Het Toetsingskader endotoxinen kan gebruikt worden bij vergunningverlening aan veehouderijen en in het kader van ruimtelijke ordening. Uitgangspunt van het toetsingskader is de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 voor endotoxinen. In het Toetsingskader endotoxinen zijn afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld.

Uitspraak Raad van State

Op 13 december 2017 heeft de Raad van State hierover een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:3435). Meer daarover kunt u lezen in mijn blog ‘Uitspraak over toetsingskader endotoxinen veehouderij’.

In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de raad van de gemeente Bernheze bij de vaststelling van een bestemmingsplan niet was gehouden om de afstanden uit het Toetsingskader endotoxinen toe te passen. Daarnaast heeft de Raad van State geoordeeld dat de gemeenteraad niet behoefde aan te sluiten bij de door de GGD geadviseerde algemene afstandsnorm van 250 meter.

Uitspraak rechtbank Oost-Brabant

De uitspraak van rechtbank Oost-Brabant over de omgevingsvergunning milieu voor de varkenshouderij luidt enigszins anders.

De gemeente heeft in deze zaak, net als in de bestemmingsplanzaak, het Toetsingskader endotoxinen toegepast. Volgens de gemeente wordt in deze zaak, anders dan in de bestemmingsplanzaak, voldaan aan de afstanden uit het Toetsingskader endotoxinen.

De gemeente heeft dit naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende, op een niet controleerbare wijze, onderbouwd. Daarbij heeft de rechtbank het volgende overwogen:

De rechtbank overweegt in dit verband dat er een relatie bestaat tussen de emissie van fijnstof en de verspreiding van endotoxinen. In bijlage 2 bij de Notitie is een afstandsgrafiek (grafiek 3) opgenomen, aan de hand waarvan, op basis van de fijnstofemissie in kilogrammen per jaar, kan worden bepaald welke afstand tot gevoelige objecten zou moeten worden aangehouden. Ook gelden voor veedicht gebied strengere eisen. Verweerder heeft weliswaar gesteld dat aan de op grond van de Notitie geldende minimale afstand wordt voldaan, maar heeft hieraan geen uitgewerkte toetsing ten grondslag gelegd. De rechtbank begrijpt ook niet verweerders stelling over de cumulatieve toetsing, waar in de Notitie niet over een concentratie aan woningen, maar over een concentratie aan veehouderijen wordt gesproken.”

Omdat de gemeente de vergunning (onder andere) op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd, zal de gemeente dit moeten herstellen.

mw. mr. Franca Damen

Aanscherping vergunningvoorschriften vanwege ontoereikend wettelijk toetsingskader

De voorschriften van een omgevingsvergunning milieu mogen in sommige gevallen ambtshalve door het bevoegd gezag worden aangepast. Of dat ook mag op basis van de stelling dat het voor geur geldende wettelijke toetsingskader niet voldoet en niet toereikend is om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen, beoordeelde de Raad van State in een uitspraak van 13 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3423).

Wat was er aan de hand?

De uitspraak gaat over een ambtshalve wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning milieu van een vleeskuikenbedrijf door de gemeente. De gemeente heeft besloten om de geurvoorschriften aan te scherpen.

De gemeente heeft sinds de inwerkingtreding van het vleeskuikenbedrijf vanuit de omgeving namelijk veel klachten over geuroverlast ontvangen. Volgens de gemeente wijzen die op een verslechtering van de kwaliteit van het milieu. Daarnaast zou uit geurmetingen blijken dat de geuremissie hoger is dan aanvankelijk is berekend. Dit leidt volgens de gemeente tot een risico voor de volksgezondheid.

De gemeente stelt zich op het standpunt dat het voor geur geldende toetsingskader in de Wet geurhinder en veehouderij niet voldoet en niet toereikend is om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen. Daarbij heeft de gemeente ook gewezen op een rapport van de GGD.

Om deze redenen heeft de gemeente besloten om de geurvoorschriften in de vergunning voor het vleeskuikenbedrijf aan te scherpen. De vleeskuikenhouder is hiertegen opgekomen.

Juridisch kader

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat het bevoegd gezag regelmatig moet beoordelen of de voorschriften van een omgevingsvergunning milieu nog toereikend zijn gelet op:

  • de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en
  • de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

Dit staat in artikel 2.30 Wabo (ook wel de actualiseringsplicht genoemd). In artikel 2.31 Wabo is vastgelegd wanneer het bevoegd gezag de voorschriften van een omgevingsvergunning moet of mag wijzigen. De voorschriften van een omgevingsvergunning milieu moeten door het bevoegd gezag worden gewijzigd als uit de toepassing van artikel 2.30 Wabo blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt:

  • gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of
  • gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten

worden beperkt.

Oordeel van de rechter

De Raad van State heeft allereerst vastgesteld dat het vleeskuikenbedrijf overeenkomstig de geldende omgevingsvergunning in werking is. De omstandigheid dat er veel klachten over geuroverlast bij de gemeente zijn ingediend, betekent niet dat er sprake is van een negatieve ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu. Dat de werkelijke geuremissie van het bedrijf hoger zou zijn dan de berekende geuremissie, leidt evenmin tot dat oordeel.

Vervolgens is de Raad van State ingegaan op het wettelijk toetsingskader voor geur. Dat is voor vergunningplichtige veehouderijen vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Voor niet-vergunningplichtige veehouderijen is het wettelijk toetsingskader voor geur vastgelegd in het Activiteitenbesluit.

Bij vergunningverlening vormt de Wgv wat betreft de van de dierenverblijven te verwachten geurhinder het exclusieve toetsingskader. Dat betekent dat bij de beoordeling van de geurhinder niet de werkelijke geurbelasting van een inrichting in aanmerking wordt genomen, maar dat de geurbelasting wordt berekend met toepassing van de geldende geuremissiefactor.

“Indien juiste toepassing van de geuremissiefactor uit de Rgv leidt tot een resultaat dat afwijkt van de werkelijke geurbelasting, kan dat dan ook geen reden zijn om op dat resultaat een correctie aan te brengen door middel van het verbinden van extra voorschriften aan de vergunning, omdat daarmee feitelijk de Rgv buiten toepassing wordt gelaten. Indien moet worden geoordeeld dat de wettelijke normen voor geurhinder niet meer toereikend zijn om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen, zoals gesteld en wat daarvan ook zij, kan dit niet worden aangemerkt als een “ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu” als bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo. Dit artikel biedt dan ook geen grondslag om in dat geval in afwijking van het toetsingskader in de Wgv strengere geurnormen aan een individuele inrichting op te leggen, maar ligt het op de weg van de wetgever om de wettelijke normen aan te passen.”

De conclusie is dus dat de gemeente niet bevoegd is om de geurvoorschriften van de omgevingsvergunning aan te scherpen op basis van de stelling dat het wettelijk toetsingskader voor geur niet voldoet en niet toereikend is om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen.

mw. mr. Franca Damen

Uitspraak over toetsingskader endotoxinen veehouderij

Het effect dat nabijgelegen veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, is een mee te wegen belang bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Een van deze effecten ziet op endotoxinen. Op 13 december 2017 heeft de Raad van State hierover een eerste uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:3435).

Wat was er aan de hand?

De uitspraak gaat over een bestemmingsplan dat de bouw van maximaal 150 woningen mogelijk maakt. In de directe omgeving hiervan is een pluimveehouderij gevestigd. De pluimveehouder vreest door de nieuwe woningen in zijn bedrijfsvoering te worden belemmerd en heeft daarom beroep ingediend tegen het bestemmingsplan. In zijn beroepschrift heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de effecten van endotoxinen op het plangebied onjuist zijn beoordeeld.

Toetsingskader volksgezondheid en endotoxinen

De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, moeten worden betrokken bij besluiten in het kader van ruimtelijke ordening (bestemmingsplan of omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik) en milieu (omgevingsvergunning milieu). De afgelopen jaren is daarover veel rechtspraak verschenen. Meer informatie over veehouderijen en volksgezondheid kunt u hier lezen.

Een van de effecten op de volksgezondheid ziet op endotoxinen. De Gezondheidsraad hanteert een advieswaarde van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel aan endotoxinen kan worden beschermd.

De rijksoverheid ontwikkelt een landelijk toetsingskader voor endotoxinen. Dit toetsingskader is momenteel nog niet beschikbaar. Daarom heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (team van provincie Noord-Brabant, de GGD en verschillende Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ (Toetsingskader endotoxinen) opgesteld.

Het Toetsingskader endotoxinen kan gebruikt worden bij vergunningverlening aan veehouderijen en in het kader van ruimtelijke ordening. Uitgangspunt van het toetsingskader is de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 voor endotoxinen. In het Toetsingskader endotoxinen zijn afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld.

Oordeel van de rechter

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft de gemeenteraad het Toetsingskader endotoxinen toegepast. Aan de afstandsnormen uit dit toetsingskader kon echter niet worden voldaan. Daarom heeft de raad een endotoxinen-onderzoek aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegd. De conclusie van dit onderzoek is dat de cumulatieve endotoxinenuitstoot de advieswaarde van 30 EU/m3 op geen van de berekende punten overschrijdt.

De Raad van State heeft geoordeeld dat de raad niet is gehouden om de afstanden uit het Toetsingskader endotoxinen toe te passen. Daarnaast heeft de Raad van State geoordeeld dat de raad niet behoefde aan te sluiten bij de door de GGD geadviseerde algemene afstandsnorm van 250 meter.

Bij dat laatste oordeel heeft de Raad van State van belang geacht dat het endotoxinen-onderzoek is toegespitst op de specifieke omstandigheden van het gebied, waarbij alle in de omgeving gelegen veehouderijen betrokken zijn en wordt voldaan aan de advieswaarde van 30 EU/m3.

Naar het oordeel van de Raad van State heeft de raad gelet op deze omstandigheden bij het vaststellen van het bestemmingsplan voldoende gewicht toegekend aan het belang van de volksgezondheid.

mw. mr. Franca Damen

Maatregelenpakket zorgvuldige veehouderij Noord-Brabant

Op 14 juni 2017 presenteerden Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant een maatregelenpakket dat versneld moet leiden tot een zorgvuldige veehouderij in de provincie. Op diezelfde dag is een aanpassing van de Verordening natuurbescherming van de provincie in werking getreden en de dag ervoor is een ontwerp voor een aanpassing van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij bekend gemaakt.

Lees meer
1 4 5 6 7 8