Locatiegegevens PAS-meldingen openbaar

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister) moet de locatiegegevens van PAS-meldingen openbaar maken. Dat oordeelde de Raad van State in een uitspraak van 27 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:153).

Achtergrond

Veel bedrijven hebben na de inwerkingtreding van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een bedrijfsontwikkeling gerealiseerd op basis van een PAS-melding. Met de PAS-uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is echter duidelijk geworden dat PAS-meldingen geen juridische status hebben. Achteraf bezien is er voor alle activiteiten die zijn gerealiseerd op basis van een PAS-melding, een natuurvergunning nodig. Omdat bedrijven daar over het algemeen niet over zullen beschikken omdat zij konden volstaan met een PAS-melding, zijn die bedrijven juridisch gezien in overtreding.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister) heeft echter in meerdere Kamerbrieven aangegeven PAS-meldingen te zullen legaliseren. Bedrijven hebben namelijk te goeder trouw gehandeld.

Verzoek MOB

De MOB laat het daar echter niet bij zitten. De MOB wil weten welke bedrijven allemaal een PAS-melding hebben ingediend en heeft daartoe een Wob-verzoek bij het ministerie ingediend (een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur). De minister heeft de PAS-meldingen toegestuurd, met uitzondering van de naam van de melder en de locatiegegevens.

Voor de MOB was dit niet genoeg. De MOB wil namelijk ook de locatiegegevens van de PAS-meldingen hebben. De MOB heeft daarom bezwaar en vervolgens beroep ingediend tegen het besluit van de minister.

Uitspraak rechtbank

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 3 juli 2020 (ECLI:NL:RBNNE:2020:2388) een uitspraak gedaan over het beroepschrift van de MOB. De rechtbank heeft de MOB in het gelijk gesteld en geoordeeld dat de minister de locatiegegevens alsnog openbaar moest maken. Dat zou de minister tussen 24 juli 2020 en 31 juli 2020 moeten doen.

De minister was het met deze uitspraak niet eens en heeft daartegen daarom hoger beroep ingediend. Ook heeft de minister gevraagd om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De minister wilde namelijk voorkomen dat zij de locatiegegevens van PAS-meldingen openbaar moet maken. Zij wil eerst een oordeel van de Raad van State over de vraag of zij de gegevens daadwerkelijk openbaar moet maken.

In afwachting van het oordeel van de Raad van State over het hoger beroep van de minister, heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State de uitspraak van de rechtbank in een uitspraak van 31 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1858) geschorst. Dat betekende dat de minister de locatiegegevens van PAS-meldingen op dat moment (nog) niet openbaar hoefde te maken.

Uitspraak Raad van State

Op 27 januari 2021 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over het hoger beroep van de minister. De Raad van State heeft de minister in het ongelijk gesteld. Dat betekent dat de minister de locatiegegevens van PAS-melders alsnog openbaar moet maken.

De discussie

Of de locatiegegevens wel of niet openbaar moeten worden gemaakt, hangt af van de vraag hoe de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) moet worden uitgelegd. Het uitgangspunt van de Wob is dat alle informatie in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid openbaar zijn. Dat is alleen anders als in de Wob een weigeringsgrond staat op grond waarvan de overheid mag weigeren om informatie openbaar te maken.

Over milieu-informatie zijn in de Wob bijzondere regels opgenomen. Milieu-informatie moet namelijk in vrijwel alle gevallen openbaar worden gemaakt. Dat geldt vooral als de milieu-informatie over emissiegegevens gaat. Sommige weigeringsgronden gelden expliciet niet als het gaat om milieu-informatie. Voor sommige andere weigeringsgronden geldt dat als het gaat om milieu-informatie, de weigeringsgrond alleen geldt als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang dat is genoemd in de weigeringsgrond.

Een van de weigeringsgronden in de Wob is de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, tweede lid, sub e, van de Wob). Als het belang van het openbaar maken van informatie niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, dan mag die informatie niet openbaar worden gemaakt. Maar als het gaat om milieu-informatie die betrekking heeft op emissiegegevens, dan mag moet de informatie (ondanks de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) toch openbaar worden gemaakt (artikel 10, vierde lid, van de Wob).

Er is echter nog een uitzondering voor milieu-informatie. Milieu-informatie hoeft (toch) niet openbaar te worden gemaakt als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen bijvoorbeeld de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage (artikel 10, zevende lid, van de Wob).

In de procedure over het al dan niet openbaar maken van de locatiegegevens van PAS-meldingen gaat het juridisch gezien vooral om de vraag of de locatiegegevens wel of niet als milieu-informatie en emissiegegevens moeten worden aangemerkt. Zo ja, dan mogen deze gegevens – ondanks de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer – niet worden geweigerd. Dat is alleen anders als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. In dat geval zouden de locatiegegevens alsnog niet openbaar gemaakt hoeven te worden.

Volgens de Raad van State zijn de locatiegegevens van PAS-meldingen milieu-informatie en emissiegegevens. Daarvoor verwijst de Raad van State naar eerdere rechtspraak over de begrippen ‘emissies in het milieu’ en ‘informatie over emissies in het milieu’. Die begrippen moeten ruim worden uitgelegd en daaronder vallen in ieder geval de volgende gegevens:

  • gegevens die daadwerkelijk over de uitstoot gaan;
  • gegevens over de invloeden van die emissies op het milieu;
  • gegevens die het publiek in staat stellen om te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is.

Volgens de Raad van State volgt uit de rechtspraak dat ook de plaats van de emissies informatie over emissies in het milieu is.

“Het oordeel van de rechtbank dat een emissie een bron heeft, dat die bron een locatie heeft en dat om die reden de locatiegegevens van een emissiebron ook emissiegegevens zijn, is dus juist.”

Omdat de locatiegegevens emissiegegevens zijn, moeten deze gegevens openbaar worden gemaakt. Dat geldt ondanks de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Er zou één uitzondering kunnen zijn om de locatiegegevens van PAS-meldingen toch niet openbaar te hoeven maken. Dat zou het geval zijn als het belang van het openbaar maken van de locatiegegevens niet opweegt tegen het belang van de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. Daarvoor geldt een hoge bewijsrechtelijke en motiveringsdrempel.

Volgens de Raad van State heeft de minister deze drempel niet gehaald. Dat dierenrechtenextremisme is genoemd in de publicatie ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland’ is niet genoeg bewijs. Dat is namelijk geen concreet aanknopingspunt dat daadwerkelijk schade zal optreden. Dat geldt ook voor het eventuele risico dat het openbaar maken van de locatiegegevens van PAS-meldingen de kans vergroot dat juist deze bedrijven mogelijk met enige vorm van intimidatie en/of bedreiging te maken krijgen. Dit is onvoldoende om te oordelen dat de locatiegegevens van alle PAS-meldingen niet openbaar hoeven te worden gemaakt.

Dit betekent dat de minister de locatiegegevens van alle PAS-meldingen alsnog openbaar moet maken.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

PAS-meldingen nog niet openbaar

PAS-meldingen hoeven in ieder geval voorlopig nog niet openbaar te worden gemaakt. Dat oordeelde de voorzieningenrechter van de Raad van State in een uitspraak van 31 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1858).

Achtergrond

Veel bedrijven hebben na de inwerkingtreding van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een bedrijfsontwikkeling gerealiseerd op basis van een PAS-melding. Met de PAS-uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is echter duidelijk geworden dat PAS-meldingen geen juridische status hebben. Achteraf bezien is er voor alle activiteiten die zijn gerealiseerd op basis van een PAS-melding, een natuurvergunning nodig. Omdat bedrijven daar over het algemeen niet over zullen beschikken omdat zij konden volstaan met een PAS-melding, zijn die bedrijven juridisch gezien in overtreding.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister) heeft echter in meerdere Kamerbrieven aangegeven PAS-meldingen te zullen legaliseren. Bedrijven hebben namelijk te goeder trouw gehandeld.

Verzoek MOB

De MOB laat het daar echter niet bij zitten. De MOB wil weten welke bedrijven allemaal een PAS-melding hebben ingediend en heeft daartoe een Wob-verzoek bij het ministerie ingediend (een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur). De minister heeft de PAS-meldingen toegestuurd, met uitzondering van de naam van de melder en de locatiegegevens.

Voor de MOB was dit niet genoeg. De MOB wil namelijk ook de locatiegegevens van de PAS-melders hebben. De MOB heeft daarom bezwaar en vervolgens beroep ingediend tegen het besluit van de minister.

Uitspraak rechtbank

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 3 juli 2020 (ECLI:NL:RBNNE:2020:2388) een uitspraak gedaan over het beroepschrift van de MOB. De rechtbank heeft de MOB in het gelijk gesteld en geoordeeld dat de minister de locatiegegevens alsnog openbaar moest maken. Dat zou de minister tussen 24 juli 2020 en 31 juli 2020 moeten doen.

De minister was het met deze uitspraak niet eens en heeft daartegen daarom hoger beroep ingediend. Ook heeft de minister gevraagd om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De minister wilde namelijk voorkomen dat zij de locatiegegevens van PAS-meldingen openbaar moet maken. Zij wil eerst een oordeel van de Raad van State over de vraag of zij de gegevens daadwerkelijk openbaar moet maken.

Uitspraak Raad van State

Op 31 juli 2020 heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State een uitspraak gedaan over het schorsingsverzoek van de minister. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen. Dit betekent dat de minister de locatiegegevens in ieder geval voorlopig niet openbaar hoeft te maken. Daarvoor mag de minister eerst het oordeel van de Raad van State inzake het hoger beroepschrift afwachten. Het openbaar maken van de gegevens kan immers niet ongedaan worden gemaakt.

De discussie

Of de locatiegegevens wel of niet openbaar moeten worden gemaakt, hangt af van de vraag hoe de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) moet worden uitgelegd. Het uitgangspunt van de Wob is dat alle informatie in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid openbaar zijn. Dat is alleen anders als in de Wob een weigeringsgrond staat op grond waarvan de overheid mag weigeren om informatie openbaar te maken.

Over milieu-informatie zijn in de Wob bijzondere regels opgenomen. Milieu-informatie moet namelijk in vrijwel alle gevallen openbaar worden gemaakt. Dat geldt vooral als de milieu-informatie over emissiegegevens gaat. Sommige weigeringsgronden gelden expliciet niet als het gaat om milieu-informatie. Voor sommige andere weigeringsgronden geldt dat als het gaat om milieu-informatie, de weigeringsgrond alleen geldt als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang dat is genoemd in de weigeringsgrond.

Een van de weigeringsgronden in de Wob is de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, tweede lid, sub e, van de Wob). Als het belang van het openbaar maken van informatie niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, dan mag die informatie niet openbaar worden gemaakt. Maar als het gaat om milieu-informatie die betrekking heeft op emissiegegevens, dan mag moet de informatie (ondanks de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) toch openbaar worden gemaakt (artikel 10, vierde lid, van de Wob).

Er is echter nog een uitzondering voor milieu-informatie. Milieu-informatie hoeft (toch) niet openbaar te worden gemaakt als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen bijvoorbeeld de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage (artikel 10, zevende lid, van de Wob).

In de procedure over het al dan niet openbaar maken van de locatiegegevens van PAS-meldingen gaat het juridisch gezien vooral om de vraag of de locatiegegevens wel of niet als milieu-informatie en emissiegegevens moeten worden aangemerkt. Zo ja, dan mogen deze gegevens – ondanks de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer – niet worden geweigerd. Dat is alleen anders als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. In dat geval zouden de locatiegegevens alsnog niet openbaar gemaakt hoeven te worden.

Volgens rechtbank Noord-Nederland zijn de locatiegegevens van PAS-meldingen milieu-informatie en emissiegegevens. Daarom geldt als uitgangspunt dat deze openbaar gemaakt moeten worden. Volgens de rechtbank bestaat hiervoor geen uitzonderingsgrond, omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat het belang van de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage zo zwaarwegend is dat de locatiegegevens niet openbaar mogen worden gemaakt.

De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft hierover geen oordeel gegeven. Deze rechter heeft er alleen voor gezorgd dat de locatiegegevens in ieder geval voorlopig niet openbaar gemaakt hoeven te worden, omdat die openbaarmaking niet ongedaan zou kunnen worden. Het is nu afwachten hoe de Raad van State hierover zal oordelen.

Franca Damen, advocaat Damen Legal

Sms’jes en WhatsApp-berichten vallen onder Wob

Sms’jes en WhatsApp-berichten op zowel een zakelijke telefoon als een privételefoon kunnen worden opgevraagd met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Dit oordeelde de Raad van State in een uitspraak van 20 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:899).

Documenten in de Wob

Op grond van de Wob kan iedereen bij een bestuursorgaan verzoeken om informatie die is neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid. Volgens de Wob is een document:

“een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat”.

Uit de toelichting op de Wob volgt dat aan het begrip ‘document’ een ruime betekenis moet worden toegekend. Hieronder vallen niet alleen schriftelijke stukken, maar bijvoorbeeld ook geluidsbanden, videobanden, ponskaarten, diskettes, cd-rom’s, fotomateriaal, e-mailberichten en digitale informatie (Kamerstukken II 1986/87, 19 859, nr. 3, blz. 21).

Zoals in de toelichting op de Wob staat vermeld, zal “de ontwikkeling van de computertechniek (…) naar verwachting tot nieuwe gegevensdragers leiden.”

Sms’jes en WhatsApp-berichten

De vraag is dan ook hoe het zit met sms’jes en WhatsApp-berichten. Moeten deze berichten worden aangemerkt als een document in de zin van de Wob? De Raad van State oordeelde van wel in de uitspraak van 20 maart 2019.

Volgens de Raad van State vallen sms- en WhatsApp-berichten als object namelijk onder de huidige definitie van ‘document’ in de Wob, in die zin dat het gaat om een schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Daarvoor heeft de Raad van State op de toelichting op de Wob gewezen en een vergelijking gemaakt met e-mailberichten. Sms- en WhatsApp-berichten lijken in functie en gebruik op e-mailberichten, aangezien hierin bijvoorbeeld andere documenten meegestuurd kunnen worden of daarin kunnen worden opgenomen.

Daarnaast berusten sms- en WhatsApp-berichten volgens de Raad van State onder het bestuursorgaan. Hierbij is van belang dat de techniek van opslaan niet bepalend is voor de vraag of de Wob al dan niet van toepassing is. Wel bepalend zijn de fysieke aanwezigheid van het document en de omstandigheid of het document ook bestemd is voor het bestuursorgaan als zodanig.

Gelet hierop vallen sms- en WhatsApp-berichten naar het oordeel van de Raad van State onder de term ‘berusten onder’ in de zin van de Wob. Dat geldt overigens uiteraard alleen als de inhoud van de berichten een bestuurlijke aangelegenheid betreft.

Het gaat daarbij om sms- en WhatsApp-berichten op zowel zakelijke telefoons als privételefoons van bestuurders en ambtenaren. Voor zakelijke telefoons geldt dat de berichten al bij het bestuursorgaan berusten. Voor privételefoons geldt dat de berichten zijn bestemd voor het bestuursorgaan als zodanig en dat de berichten behoren te berusten bij het bestuursorgaan.

Sms’jes en WhatsApp-berichten zijn dus aan te merken als ‘document’ in de zin van de Wob en kunnen daarom op grond van de Wob worden opgevraagd.

mw. mr. Franca Damen

Wob-verzoek PAS-meldingen: wat te doen?

Bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn alle PAS-meldingen opgevraagd. Daarvoor is een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingediend. Het Wob-verzoek ziet op alle PAS-meldingen die zijn gedaan in het AERIUS Register. Bedrijven die een PAS-melding hebben gedaan, ontvangen hierover bericht van het ministerie. In dit artikel kunt u hierover meer lezen en een voorbeeld voor een zienswijze downloaden.

Verloop Wob-verzoek

Als iemand een Wob-verzoek heeft ingediend bij de overheid, dan neemt de overheid hierover contact op met de betrokkenen. Dat geldt nu dus voor alle bedrijven, zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven, die een PAS-melding voor hun bedrijf hebben gedaan.

De overheid laat de betrokken bedrijven weten waarvoor een Wob-verzoek is ingediend (PAS-melding) en welke informatie de overheid naar aanleiding daarvan al dan niet openbaar wil maken. De betrokken bedrijven kunnen naar aanleiding hiervan een zienswijze indienen. Zij kunnen in die zienswijze hun bezwaren over de voorgenomen openbaarmaking van de informatie kenbaar maken.

Vervolgens zal de overheid een besluit nemen over het Wob-verzoek en de informatie al dan niet openbaar maken. Als de overheid bezwaren tegen de openbaarmaking verwacht, wacht de overheid soms enkele weken met het openbaar maken van de informatie. In de tussentijd kunnen betrokkenen dan desgewenst via de rechter proberen om openbaarmaking te voorkomen.

Informatie openbaar?

Het uitgangspunt van de Wob is dat bij de overheid aanwezige informatie openbaar is, tenzij sprake is van een in de wet genoemde weigeringsgrond. Bij sommige weigeringsgronden mag informatie nooit openbaar worden gemaakt en bij sommige weigeringsgronden moet worden beoordeeld of het belang van openbaarheid zwaarder weegt of het belang dat wordt gediend met de weigering. Als geen sprake is van een weigeringsgrond, moet de informatie openbaar worden gemaakt.

Uit de rechtspraak volgt dat veel gegevens openbaar moeten worden gemaakt. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor bedrijfsadresgegevens en verschillende bedrijfsnummers, tenzij er sprake is van een gerechtvaardigde vrees voor dierenrechtenactivisme. Woonadresgegevens hoeven daarentegen niet openbaar gemaakt te worden vanwege de eerbiediging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Meer informatie hierover kunt u lezen in drie recente artikelen die ik hierover schreef: ‘Wob-verzoek veehouderij: dieraantallen openbaar?’, ‘Privacy vogelvrij voor dierenactivisten’ en een annotatie in het Tijdschrift voor Agrarisch Recht.

Zienswijze

Bedrijven die bezwaar hebben tegen het openbaar maken van hun PAS-melding kunnen hierover een zienswijze indienen bij het ministerie. Het is in ieder geval raadzaam om in die zienswijze aan te geven dat u het niet eens bent met het openbaar maken van persoonlijke gegevens in verband met de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dat geldt ook, indien van toepassing, voor de gegevens van degene die de PAS-melding voor u heeft ingediend.

U kunt hier een voorbeeld voor een zienswijze downloaden. U kunt de zienswijze desgewenst natuurlijk aanvullen met andere punten.

mw. mr. Franca Damen

Wob-verzoek veehouderij: dieraantallen openbaar?

Regelmatig worden bij de overheid gegevens over veehouderijen opgevraagd, zo ook dieraantallen. Moet de overheid dieraantallen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verstrekken? Of zijn dieraantallen geen Wob-gegevens? Rechtbank Amsterdam heeft daarover op 12 september 2018 een interessante uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBAMS:2018:6809).

In deze uitspraak is de vraag aan de orde of de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) de volgende gegevens moest verstrekken:

  • dieraantallen en aantallen huisvestingsplaatsen;
  • adresgegevens;
  • KvK-nummer, bedrijfsrelatienummer en overige registratienummers.
Juridisch kader

Voor het beantwoorden van deze vraag zijn de volgende onderdelen van artikel 10 Wob van belang:

“1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: (…)

c. bedrijfs-en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; (…).

2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: (…)

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; (…)

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. (…)

4. Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voorzover het milieu-informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voorzover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het daar genoemde belang.”

Wat onder milieu-informatie wordt verstaan, staat in artikel 19.1a Wet milieubeheer.

Milieu-informatie

Als er sprake is van milieu-informatie, dan geldt als uitgangspunt dat de overheid deze informatie moet verstrekken. Dat blijkt uit artikel 10, vierde lid, Wob.

Ook als die milieu-informatie bijvoorbeeld vertrouwelijke bedrijfs-en fabricagegegevens betreft, geldt het uitgangspunt dat deze informatie moet worden verstrekt:

  • als de milieu-informatie betrekking heeft op emissies in het milieu, moet de informatie worden verstrekt;
  • als de milieu-informatie geen betrekking heeft op emissies in het milieu, dan hoeft de informatie alleen te worden verstrekt als het belang van openbaarmaking zwaarder weegt dan het belang van het beschermen van de vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens.

Het is dus belangrijk om te beoordelen:

  • of er sprake is van milieu-informatie én
  • of de milieu-informatie betrekking heeft op emissies in het milieu (emissiegegevens).
Dieraantallen

In de uitspraak van 12 september 2018 heeft de rechtbank allereerst vastgesteld dat dieraantallen en aantallen huisvestingsplaatsen milieu-informatie zijn. Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld of de verzochte dieraantallen en aantallen huisvestingsplaatsen als emissiegegevens zijn aan te merken.

Voor die beoordeling is van belang of de aantallen verband houden met besluitvorming waaraan een beoordeling over emissies in het milieu ten grondslag lag, zoals een omgevingsvergunning milieu. Dit blijkt uit een uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 23 november 2016 (ECLI:EU:C:2016:889). In die uitspraak heeft het Hof namelijk het volgende overwogen:

Teneinde zich ervan te kunnen vergewissen dat de beslissingen van de op milieugebied bevoegde autoriteiten gerechtvaardigd zijn en om doeltreffend deel te nemen aan het besluitvormingsproces inzake milieuaangelegenheden, dient het publiek echter toegang te hebben tot de informatie die het in staat stelt na te gaan of de emissies correct zijn beoordeeld, en dient het in staat te worden gesteld redelijkerwijs te begrijpen hoe bedoelde emissies het milieu negatief kunnen beïnvloeden.”

Er moet ook worden opgelet voor een te ruime uitleg van het begrip ‘informatie over emissies in het milieu’. Een te ruime uitleg zou namelijk:

“de mogelijkheid (…) voor de instellingen om te weigeren milieu-informatie openbaar te maken omdat een dergelijke openbaarmaking zou leiden tot de ondermijning van de bescherming van commerciële belangen van een bepaalde natuurlijke of rechtspersoon, elke nuttige werking ontnemen en een bedreiging vormen voor het evenwicht dat de Uniewetgever heeft willen verzekeren tussen de doelstelling van transparantie en de bescherming van die belangen. Zij zou ook op onevenredige wijze afbreuk doen aan de bescherming van de door artikel 339 VWEU gewaarborgde geheimhoudingsplicht.”

Het is dus niet de bedoeling om alle milieu-informatie als emissiegegevens aan te merken.

In de uitspraak van 12 september 2018 was de conclusie dat de dieraantallen en aantallen huisvestingsplaatsen wel milieu-informatie zijn, maar geen emissiegegevens. De aantallen waren namelijk opgenomen in rapportages van de NVWA naar aanleiding van controles en hielden geen verband met besluitvorming waaraan een beoordeling over emissies in het milieu ten grondslag lag.

Adresgegevens

Woonadresgegevens zijn geen milieu-informatie. Deze adresgegevens hoefde de Minister van LNV vanwege het belang van eerbiediging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de bewoners naar het oordeel van de rechtbank niet openbaar te maken.

KvK-nummer en registratienummers

Bedrijfsadresgegevens, KvK-nummers, bedrijfsrelatienummers en andere registratienummers zijn ook geen milieu-informatie. Deze gegevens hoefde de Minister van LNV vanwege het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling naar het oordeel van de rechtbank niet openbaar te maken. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat het hier gaat om de pelsdierhouderij, waarover de Raad van State eerder een uitspraak heeft gedaan.

mw. mr. Franca Damen

1 2